Het feminisme is dood. Leve het feminisme!

9 Mar

Gisteren mocht ik de vrouwendagbijeenkomst van de FNV Vrouwenbond afsluiten. Dit was wat ik zei.
(sorry English-speaking followers, the following is in Dutch..)

Rond 8 maart heb ik elk jaar ongeveer hetzelfde gesprek. ‘Is dat nou nog wel nodig, zo’n Internationale Vrouwendag? De emancipatie van de vrouw is nu toch wel voltooid?’
Ik geef altijd hetzelfde antwoord. Ja, zo’n Internationale Vrouwendag is nodig. Misschien wel meer dan ooit. ‘Dat klinkt wel heel feministisch’, krijg ik dan te horen, alsof het een enge ziekte betreft.
Geloof het of ik niet, maar ik ben een feminist. Erg populair maak ik me daar niet mee. Niet bij mannen, niet bij vrouwen, en zelfs niet bij sommige collega-feministen, die vinden dat ik die titel niet verdien, met mijn nagellak, hoge hakken en geblondeerde haren.

Als feminisme een merk was, dan waren we al lang failliet. En dat is zonde. Want we zijn er nog lang niet, getuige de hardnekkigheid van, ik noem maar wat, het glazen plafond, de loonkloof, partnergeweld en het chronisch gebrek aan vrouwen in topfuncties in bedrijfsleven, academia en politiek.
‘Je doelt zeker op de positie van vrouwen in Afrika of de Arabische wereld?’ zegt men dan. Neen. Ik doel op ons Europa. Ook daar valt er nog een boel te verbeteren waar het de gelijkheid tussen mannen en vrouwen betreft.
Logisch ook, want het is nog maar heel kort geleden dat we – op papier tenminste– gelijke rechten hebben gekregen. Kiesrecht? Nog niet eens een eeuw. Het recht zelfstandig een bankrekening te openen? Minder dan zestig jaar. Niet zo gek dus dat de erfenissen van enkele millennia mannenheerschappij nog volop voelbaar zijn. We zijn nog steeds het ‘zwakke geslacht’. Een paar duizend jaar patriarchaat heb je niet in twee generaties uit je genen.
Het grappige is: bijna iedereen is het erover eens dat mannen en vrouwen in dezelfde functies ook hetzelfde moeten verdienen. Dat huiselijk geweld een schande is, dat vrouwen bij gelijke geschiktheid evenveel recht hebben als mannen op een zetel in het parlement, in de directiekamer, of in de bestuurskamer: geen discussie. De meeste mensen vinden oprecht dat mannen en vrouwen gelijke rechten en gelijke kansen verdienen. So far, so good.
Maar veel mensen haken af als het gaat over de manier waarop we dat alles moeten realiseren. ‘Dat komt vanzelf wel goed toch?’ zeggen ze dan. Bij het woord ’emancipatie’ trekken de eerste wenkbrauwen al in een frons. En zodra het woord ‘feminisme’ valt, ben ik ze kwijt. Dat is niet meer van deze tijd.
Lange tijd heb ik me daar erg boos over gemaakt. We moesten de barricades op voor gelijke rechten en kansen voor mannen en vrouwen. Hoe konden mensen nou níét zien dat we daar allemaal beter van worden? Tot ik het licht zag: om die laatste emancipatieslag te maken, moeten we de man-vrouwverhouding niet meer als strijd zien. Niet vechten tegen elkaar, maar optrekken met elkaar. En dat vechten was nou precies wat veel feministen (ikzelf incluis) jarenlang hebben gedaan: gediscussieerd, gedebatteerd, gestreden voor gelijke rechten. Bloedserieus, vanuit de beste bedoelingen, en vol overtuiging van ons eigen gelijk. Maar het gaat er allang niet meer om wie gelijk heeft. Het gaat om de vrijheid om je eigen keuzes te maken, je eigen koers te varen. Was het daar ook niet ooit allemaal om begonnen? Emancipatie gaat niet over ‘wij’ versus ‘zij’. Het gaat alleen maar over ‘wij’. Dus om die laatste emancipatieslag te maken, hebben we mannen nodig. Ze zijn niet de vijand, ze zijn onderdeel van de oplossing.
Tijd dus voor vrouwen met ballen, die groots durven te dromen, zonder daarvoor publiekelijk te worden afgebrand. Vrouwen die snappen dat de wereld toe is aan een fikse dosis oestrogeen, en daar zelf wat aan gaan doen. Die ophouden met zeuren dat ze het niet kunnen, niet mogen, niet durven, maar gewoon het podium pakken. Vrouwen die elkaar helpen in plaats van dwarszitten of afkraken. Vrouwen zouden, kortom, geen genoegen meer moeten nemen met minder, ‘omdat het nou eenmaal zo is’. Nee, we verdienen beter dan we onszelf nu gunnen, en ons soms gegeven wordt. Maar ik durf te stellen dat er voor mannen misschien nog wel meer te winnen valt. Zoals Gloria Steinem ooit zei in een interview met Oprah: ‘Now we know that women can do what men can do, but we don’t know that men can do what women can do.’
Daar zou het emancipatiedebat van de één-en-twintigste eeuw zich wat mij betreft op mogen richten: op de man. Niet vanuit het achterhaalde idee van de seksestrijd, maar vanuit samenwerking, wederzijds respect, en vooral: pragmatisme. Feminisme dus. Niet omdat het moet, maar omdat omdat het werkt.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: