Erfdochters van Suze

8 Nov

urn-gvn-iisg01-30051000057916-medium-voorsite

 

Op 7 november 1918 hield Suze Groeneweg, het eerste vrouwelijke Kamerlid, haar maidenspeech. Een eeuw later inspireerde zij kunstenaar Ward Warmoeskerken tot een bijzondere creatie, die ik mocht tonen in de Oude Zaal van de Tweede Kamer, op dezelfde plek waar Suze’s speech 100 jaar eerder had geklonken. Dit was mijn speech:

Mevrouw de voorzitter, geachte aanwezigen,

Het is een zware last die op je schouders rust als je de eerste bent. De eerste vrouw, in dit gebouw. En de enige. Jarenlang de enige. Tussen 99 mannen. Door mannen gekozen. Altijd op je hoede. Want oh wee als je blunders maakt. Dan wordt er meteen geroepen dat vrouwen het niet kunnen. Dat we te emotioneel zijn. Ongeschikt. Niet in de wieg gelegd voor politiek.

Ja, er werden grappen gemaakt. Er werd gelachen. Gegniffeld. Maar daar moet je je als vrouw niks van aantrekken als je de wereld wilt veranderen. Alles voor de vooruitgang. Zonder verandering geen vlinders.

Stug? Onvriendelijk? Onbuigzaam? Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken?Ach, dat was de buitenkant. Maar de binnenkant toonde een ander gezicht. Vrouwenrechten. Zwangerschapsverlof. Onderwijs. Alcoholpreventie. Ontwapening. En natuurlijk de rode rozen van de SDAP.

Ja het waren roerige tijden. Als eerste vrouw, in dit gebouw. En de enige. Tussen 99 mannen.

Ik moet vaak aan haar denken, aan Suze. Wat had zij ervan gevonden dat we 100 jaar later nog maar met 49, en sinds vanmiddag zelfs 48 vrouwen waren, van de inmiddels 150 Kamerleden?

Maar ook: hoe was dat voor haar? Als er speciaal voor jou een damestoilet moet worden aangelegd? Als je jezelf continu moet bewijzen? Als er gegniffeld wordt als je het woord vraagt?

Ik? Ik heb vrouwelijke collega’s om samen mee te lachen, me samen mee te verwonderen, solidair mee te zijn, naar op te kijken. Maar Suze? Suze was jarenlang helemaal alleen.

Alleen daarom al is ze een heldin, onze Suze. Dochter van een landarbeider uit Strijensas, met een rood onderwijshart, voorvechtster, voorvrouw, voorbeeld.

Dus natuurlijk zei ik meteen ja, toen kunstenaar Ward Warmoeskerken me vroeg een door Suze geïnspireerde creatie te dragen. Een mantel is het, die zwaar weegt, net als de druk op Suzes schouders. Die wat stug is van buiten, maar kleurrijk van binnen. Met rode rozen, en met 49 kralen. Die 49 kralen, dat zijn wij. Khadija, Pia, Monica, Lisa, Dilan, Leonie, Lilianne. De erfdochters van Suze.

Dat Suzes erfenis ons allen mag inspireren om onze stem luid en duidelijk te laten horen. Want zoals Els Borst al zei: politiek is veel te belangrijk om aan mannen over te laten. En daar zou Suze het vast roerend mee eens zijn geweest.

20181107_213708

 

 

 

 

 

 

Wat er nog te winnen is*

5 May

Net als op vrouwendag, op 8 maart, krijg ik ook op 1 mei, de Dag van de Arbeid, nog vaak de zelfde vraag. Is dat nou nog wel nodig, anno nu? We hebben toch al zo veel bereikt? Is die emancipatie nou niet eens klaar? Ja, we hebben veel bereikt. We hebben een 8-urige werkweek, zwangerschapsverlof, en een wet gelijke behandeling. En steeds meer meisjes studeren aan universiteit of hogeschool.
Maar om nou te zeggen dat we klaar zijn? Nog lang niet. Nog steeds verdienen vrouwen minder, is minder dan de helft van alle vrouwen in ons land financieel zelfstandig, nog steeds worden vrouwen gediscrimineerd omdat ze zwanger zijn, nog steeds is er sprake van seksuele intimidatie op de werkvloer, en nog steeds bungelt Nederland onderaan allerlei lijstjes als het gaat om diversiteit aan de top. Sterker nog, als we in het huidige tempo doorgaan maken wij het niet meer mee, die gelijke verdeling tussen mannen en vrouwen. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik vind dat reden voor een revolutie.


(Foto: Netwerk Vrouwen FNV)

We doen niet alleen onszelf maar ook de samenleving namelijk ongelofelijk tekort. Want uit stapels en stapels onderzoek blijkt dat de wereld niet alleen eerlijker wordt maar ook beter wordt van meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Gemengde teams presteren beter, bedrijven met meer vrouwen in het bestuur doen het beter. Alleen moet je die nog met een vergrootglas zoeken. Ik vergelijk het wel eens met een belangrijke voetbalwedstrijd. Die speel je ook niet met elf linksbenige spitsen. Die speel je met een keeper, een verdediging, een middenveld en aanvallers. Maar wij laten een deel van onze beste spelers op de bank zitten. Terwijl de Champions League al lang begonnen is.
Bovendien zijn het niet alleen vrouwen die wat te winnen hebben. Ook voor mannen is er nog genoeg om voor de vechten. Zo geven veel vaders aan best meer te willen zorgen, maar daarin niet gesteund te worden door werkgevers. In veel sectoren heerst er nog een taboe op het combineren van werk en zorg, voor mannen. Dus ik zeg: investeren in een eerlijke arbeidsmarkt voor mannen én vrouwen. Niet omdat het moet, maar omdat het werkt.
Maar voor die revolutie is nog wel een boel werk aan de winkel. Voor de politiek, voor werkgevers, aan de keukentafel maar ook voor onszelf. De volgende 10 punten zijn volgens mij een mooi begin.

1) Gelijk loon voor gelijk werk
In Nederland verdienen vrouwen nog steeds aanzienlijk minder dan mannen. Daarom werkt de PvdA, samen met GroenLinks, SP en 50Plus aan een nieuwe wet die dat aan moet pakken.
2) Vinger opsteken
Agnes Jongerius zei ooit: ‘Vrouwen moeten vaker de beurt vragen.’ Dat ben ik roerend met haar eens. Dus gewoon die vinger opsteken en niet bang zijn om gezien te worden.
3) Ja zeggen
Veel vrouwen hebben geleerd dat bescheidenheid het beste is. Dat er sancties staan op boven het maaiveld uitsteken. Daarom zeggen veel vrouwen nee, uit angst ‘door de mand te vallen’. Het bedriegerssyndroom noemen ze dat. Superinteressant, maar ook superlastig, als je verder wil komen.
4) Nee zeggen
Het klinkt paradoxaal, maar ook nee zeggen is voor veel vrouwen lastig, vaak omdat ze zo graag aardig gevonden willen worden. Tip: denk bij elke ja en nee wat langer na. ‘Daar kom ik later op terug’ zeg je tegen de vraagsteller. Is dit een ja of nee uit angst? Of omdat het voor jou het beste is?
5) Een echte vent..
Strijkt zijn eigen overhemd. Deze revolutie begint aan de keukentafel. Nog steeds doen vrouwen in Nederland 65% van alle onbetaalde arbeid. En nog steeds zijn er werkgevers die raar opkijken van mannen die meer willen zorgen. Soooo last season..
6) Beter zoeken
Ook very last season: “we willen wel meer vrouwen, maar we kunnen ze niet vinden.” Dan moet je echt beter zoeken. En zoals onze vorige minister van Emancipatie Jet Bussemaker al zei: waar geen wil is, is een wet.
7) Een slimme meid..
Is nog steeds op haar toekomst voorbereid. Gelukkig kiezen steeds meer meiden voor techniek, ondernemerschap of onderzoek. Maar nog steeds kiezen veel meer meiden dan jongens voor laagbetaalde, vaak onzekere part-time banen. Zolang meer dan de helft van de Nederlandse vrouwen financieel niet zelfstandig is, schiet het niet op met die revolutie.
8) You can’t be what you can’t see
Daarom: rolmodellen in beeld. Sla een willekeurig schoolboek open, en het is één oogopslag duidelijk: de jaren vijftig zijn terug van nooit weggeweest. Dokters zijn man (en vaak wit) en verpleegkundigen zijn vrouw. Mama’s staan in de keuken, en papa’s gaan aan het werk. En die beelden zijn niet onschuldig. Kijk maar wat stereotype rolpatronen doen met kinderen in dit filmpje.
9) Discriminatie keihard aanpakken
Nog steeds worden vrouwen gediscrimineerd. Omdat ze zwanger zijn. Of omdat ze behalve vrouw zijn, een hoofddoek dragen, in een rolstoel zitten of een niet-Nederlandse achternaam hebben. Bedrijven die discrimineren moeten keihard worden aangepakt. En dat begint met de erkenning dat vrouwen met een beperking, met een migratie-achtergrond, LHBT-ers en oudere vrouwen extra drempels ervaren, letterlijk én figuurlijk.
10) Samen sterker
Om verder te komen, moeten we onze successen blijven vieren, maar ook eerlijk zijn over wat nog te winnen valt. En dan niet alleen voor onszelf, maar voor ons allemaal. Want samen staan we sterker. En juist daarom zijn dagen als 8 maart en 1 mei zo belangrijk. Om onze voormoeders te eren. Heldinnen als Suze Groeneweg, die dit jaar precies 100 jaar geleden als eerste vrouw plaats nam in de Tweede Kamer. Als ik rondloop door het gebouw probeer ik me vaak voor te stellen hoe dat voor haar moet zijn geweest. Of heldinnen als Joke Smit, die zich zo heeft ingezet voor de ontwikkeling van vrouwen op de arbeidsmarkt, voor het recht op volwassenenonderwijs, en voor meer vrouwen in bestuur en politiek. Of heldinnen zoals jij en ik, die vandaag, morgen of wanneer dan ook even stil staan bij wat er nog te winnen is.

*Op 1 mei 2018 uitgesproken bij een Equal Pay meet-up van FNV Vrouw.

We decide*

15 Apr

’99 – 51.
Does anyone know what that is?
It’s the ratio of men to women in the Dutch House of Representatives today.
In 2018 only one out of three of my colleagues is female.
Exactly one hundred years after the first woman was elected to the Dutch House of Representatives. And that is a shame. A really big shame.
Because, as I am sure I do not need to tell you, the future is female.

Last week, I had three 10 year old girls visiting me in The Hague. These three little feminists interviewed me for a school project about gender equality. They asked me some of the best questions ever.
‘What does being a feminist mean for your career?’ ‘Why do some people not agree that women and men are equal?’ ‘What can we do to change that?’

I told them I think it all starts with equal representation. Because only when women are equally represented in positions of power, we can make a difference and let our voice be heard. Nothing about us without us!

I don’t know about you, but I personally believe that investing in gender equality is the right thing to do. I mean, come on. We are 50% right?
But a growing pile of research shows that it’s not just the right thing to do, but also the smart thing to do.
Because gender equality is not only good for people, it’s also good for countries. Countries where women have access to reproductive health care perform better than countries that don’t. Communities where a bigger percentage of women participate in local government invest more in sanitation and education, and show lower numbers of corruption. When girls go to school, they are healthier and live longer.

It’s not rocket science: development starts with women and girls. Unfortunately, not everybody agrees.
On the contrary, there is a groing group of countries where gender equality is considered controversial. They obviously missed the memo. Cause I hate to break it to them, but the future is really female.

Did you know that at the annual Commission on the Status of Women at the UN, we are negotiating to keep the agreed language that’s already there, in stead of negotiating steps forward? Conservative countries team up with the Holy See and lobby against sexual and reproductive rights, or even the use of the word gender. In Russia, domestic violence is no longer a criminal offense. And the US and their global gag rule have had a huge negative impact on women’s right to choose worldwide.

People without wombs and vaginas deciding on policies affecting wombs and vaginas. And they’re getting away with it.

So that’s why we need equal representation. But we also need solidarity, sisterhood and a strong civil society to raise awareness and put gender on the agenda. And that’s where you come in. Cause it’s only in cooperation with NGO’s, activists, journalists and human rights defenders that we can build a better and more inclusive world. We’re stronger together. There’s more of us. And we decide.’

*speech delivered at the 2018 Africa Day, during the session ‘She Decides in Africa’, on sexual and reproductive health and rights.

2017

20 Dec

Je was met het jaartje wel, 2017. Het jaar dat begon met een partijcongres dat mijn plek 8 op de kandidatenlijst van de Partij van de Arbeid officieel bekrachtigde. Het jaar waarin ik mijn bedrijf na 10 jaar in de koelkast zette om al mijn aandacht aan mijn nieuwe carrière te kunnen geven. Het jaar waarin ik – met pijn in mijn hart – stopte als columnist bij Trouw, omdat dat niet samenging met mijn kandidatuur.

Het jaar waarin ik samen met vele vrijwilligers en collega’s keihard campagne voerde, maar toch op 15 maart moest constateren dat we keihard verloren hadden. Het jaar waarin het verdriet daarover hand in hand ging met de blijdschap dat ik gekozen was tot volksvertegenwoordiger, en ik een week later met de woorden ‘Dat verklaar en beloof ik!’ ineens lid was van de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Het jaar waarin ik niet veel later mijn maidenspeech hield over toegankelijk onderwijs, en daarna nog tig debatten voerde, over de Brexit, over de oorlog in Syrië, over het lerarentekort, en over het tragische defensie-ongeval in Mali. Het jaar waarin ik dagelijks met verwondering over het Binnenhof liep, mij verbazend over de wondere wereld waarin ik was beland.

Het jaar waarin ik als lid van de parlementaire Koninkrijksdelegatie de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bezocht. Het jaar waarin ik door het hele land op werkbezoek ging, van Lelystad tot Rotterdam, van Vlissingen tot Zwolle. Waarin ik de Oranje Leeuwinnen zag winnen van Denemarken en samen met mijn studenten meeliep in de Women’s March. Het jaar waarin ik op het Malieveld én in het Zuiderpark demonstreerde met boze docenten uit het basisonderwijs en ik mijn eigen juf Brenda weer sprak, voor het eerst sinds de basisschool.

Het jaar waarin ik met liefde elke week een groep studenten, inburgeraars, basisschoolleerlingen of partijgenoten rondleidde door de Tweede Kamer. Het jaar waarin ik leerde hoe je Kamervragen stelt, en hoe je een debat aanvraagt. Het jaar waarin ik Pippi Langkous op mijn prikbord hing, om mij te helpen herinneren aan haar gouden citaat: ‘ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’

20171220_134236

Het jaar waarin mijn motie naar aanleiding van #metoo (over meer aandacht voor seksuele diversiteit en weerbaarheid in het onderwijs) werd aangenomen, maar mijn motie over het dichten van de kloof tussen basis- en voortgezet onderwijs werd weggestemd.

Het jaar waarin ik nog steeds niet ben gewend aan het gebrek aan diversiteit in de Kamer. Waarin ik soms mijn oude leven mis, en veel te weinig tijd had voor familie, vrienden en vriendinnen. Maar vooral, 2017, was je het jaar waarin ik je dagelijks dankbaar was voor alle nieuwe lessen, lieve collega’s en, dwars door alle turbulentie heen, de steun van de liefde van mijn leven. Op naar 2018!

Ik wens iedereen fijne feestdagen en een sprankelend, gezond en gelukkig nieuw jaar.

Breaking the silence

25 Nov

From November 25, the International Day for the Elimination of Violence against Women, to 10 December, Human Rights Day, activists from all over the world join the 16 Days of Activism against Gender-Based Violence campaign. 

 

featured-image-index

The numbers are horrific. One out of three women experience gender based violence in their lifetime. According to a recent UN report, 19 per cent of women between 15 and 49 years of age said they had experienced physical and/or sexual violence by an intimate partner in the 12 months prior to the survey. In 2012, almost half of all women who were victims of intentional homicide worldwide were killed by an intimate partner or family member, compared to 6 per cent of male victims.

The stories behind these numbers are even more horrific. And yet, they are often left untold. The majority of cases are never reported to the police. Being a survivor of ‘domestic’ violence myself, I still remember the mix of fear, shame and pain that made me keep my mouth shut for years.

And you wanna know the weirdest part of all? When I finally did start talking about what had happened, many years after I’d left my abusive partner, people were telling me not to. That it ‘wouldn’t be good for my public profile’ as a politician. That I ‘must have asked for it’. That ‘women like it rough’.

There still is a taboo on discussing gender based violence, especially intimate partner violence. But with the #metoo movement gaining momentum accross the globe, I am hopeful that more survivors of intimate partner violence feel safe enough to share their stories. Because we need to break the silence before we can break the chain of violence.

 

 

 

#MeToo, en nu?

15 Nov

Alweer bijna een maand geleden begon het met een simpele hashtag en twee woordjes: me too. Inmiddels heeft het een beweging ontketend die niet te stoppen lijkt (overigens -het kan niet vaak genoeg gezegd worden- begon die beweging al jaren eerder op initiatief van de Amerikaanse activiste Tarana Burke ).

Wereldwijd voelen vrouwen én mannen die te maken kregen met seksueel geweld zich erdoor gesterkt om hun verhaal te doen. En die getuigenissen blijven niet zonder gevolgen: acteurs zijn uit films geschrapt, ministers opgestapt, helden van voetstukken gevallen.

Je kon erop wachten: als door een wesp gestoken sprongen slutshamers en victimblamers op de bres voor de daders met voorspelbaar vingerwijzen. Want vroegen ‘ze’ er niet zelf om, met zulke korte rokjes? Lag het eigenlijk niet gewoon aan de steeds lossere seksuele moraal? En is dat hele #MeToo niet een heksenjacht geworden? Zo erg kon het toch allemaal niet zijn, want waarom had iedereen immers zo lang gezwegen?

Scheidend Nationaal Rapporteur Seksueel Geweld Corinne Dettmeijer maakte deze week korte metten met deze gevaarlijke tegengeluiden: “Tegen de mensen die zo reageren zeg ik: het wordt niet groot, het is groot.”

Laten we dus niet meteen in het defensief schieten, of de discussie wegnuanceren of nog erger: weglachen. Het is juist nu belangrijk om door te pakken. Om met elkaar een kritisch en eerlijk gesprek te voeren over hoe het komt, dat zoveel vrouwen (en mannen) seksueel overschrijdend gedrag meemaken en er vaak jarenlang niet over durfden te praten. Wat we gaan doen om dit soort (machts)misbruik te voorkomen. Waarom er zo weinig aangiften worden gedaan en hoe we zorgen dat dat er meer worden (waarover ik met collega Attje Kuiken schriftelijke vragen stelde) En waarom veel partijen in de Tweede Kamer het belangrijker lijken te vinden om een Nederlandse vlag in de zaal te hebben dan een debat over emancipatie.

Daarover ga ik vanavond op uitnodiging van OneWorld in gesprek met oa Sylvana Simons, Justine van de Beek en Don Ceder in Pakhuis de Zwijger. En natuurlijk blijf ik ook in de Tweede Kamer samen met mijn partner against patriarchy Lilianne Ploumen strijden voor gelijke kansen en rechten (*v/m, l/h/b/t/i/q). Stay tuned!

Vluchten in de woestijn

8 Nov

Op mijn werkkamer in de Tweede Kamer heb ik een mooie marmeren schoorsteenmantel. Op die schoorsteenmantel staat een fles. En in die fles zit het zachtste zand ter wereld: zacht oranjerood Saharazand. Om het mee te nemen dronk ik in één keer een fles water leeg. De bedoeïenen die met mij mee waren die dag vonden het maar een rare actie. Al je water in één keer opdrinken, voor een beetje zand? Maar ik wist toen al: dat zand, dat moet met mij mee.

Het heeft een lange weg afgelegd, dat zand. Eerst van de woestijn naar Tunis, waar ik toen woonde. Toen mee naar Nederland, waar de fles een tijd in mijn boekenkast heeft gestaan. En nu, bijna 15 jaar nadat ik die fles vulde, staat hij op de schoorsteenmantel op mijn kamer in de Kamer.

Heel af en toe maak ik hem open. Dan neem ik een klein beetje van dat superzachte zand in mijn hand en laat het door mijn vingers lopen. Net poeder is het, zo fijn. En als ik dan mijn ogen sluit, dan ben ik even niet in de Tweede Kamer, maar loop ik weer door die duinen, met mijn blote voeten in het zachtste zand ter wereld.

‘Wat heb je toch met die woestijn?’ vroeg iemand mij laatst. Veel, antwoordde ik. De spectaculaire sterrenhemel, de kleuren, de stilte, het extreem grote verschil tussen dag en nacht. En vooral: de belofte die de woestijn herbergt. Of zoals Antoine de Saint Exupéry het verwoordde: ‘Wat de woestijn zo mooi maakt, is het feit dat hij ergens een waterput verschuilt.’

%d bloggers like this: