Columns

The Change Agent writes a weekly column for Dutch daily AD. Below, you’ll find her latest columns (in Dutch).

En nou nog een vent

Meestal ben ik wat men noemt een happy single. Vrijheid, blijheid, het hele bed voor mezelf alleen. Maar er zijn van die momenten dat ik best een happy double zou willen zijn. Als de zon schijnt en ik zin heb in een dagje strand maar geen van m’n vriendinnen tijd heeft om mee te gaan bijvoorbeeld. Als ik lekker heb gekookt en er niemand is om het eten mee te delen. Of als ik word uitgenodigd voor een bruiloft waar het merendeel van de gasten bestaat uit gezellige stellen.
“Beter juist!” adviseerde een vriend. Zijn theorie: heren durven een dame alleen sneller aan te spreken dan als ze in gezelschap is. Dan is het afbreukrisico minder groot. Afgewezen worden ten overstaan van slechts één dame is altijd beter dan ten overstaan van een hele groep. Nou ben ik niet bepaald het afwachtende type. Bedeesd in een hoekje staan wachten tot een man mij aanspreekt? Waarom zou ik? Maar omdat mijn laatste flirts faliekant mislukten (de mannen in kwestie bleken niet single, homo of veel te jong) besloot ik de proef op de som te nemen. Op naar Scheveningen, in mijn eentje. Zwoele zomerjurk? Check. Zonnebril? Check. Mobiele telefoon voor eventuele nummers? Check. De score na twee uur banjeren langs boulevard en branding? Nul. Nog niet eens een knipoog. Ja, wel veel complimentjes over mijn jurk. Van dames wel te verstaan. Dat schoot niet op.
Op de bruiloft bleek het gezelschap zoals verwacht grotendeels te bestaan uit stellen en hun kinderen. “En, ben jij nou al aan de man?” vroeg een oude bekende, zelf al jaren gelukkig getrouwd. “Nee, ik ben nog steeds een happy single”, antwoordde ik blijkbaar niet geheel overtuigend. De oude bekende gaf me een knipoog. “Komt wel goed hoor. Wacht maar af.” Raad eens wie er die avond met het bruidsboeket naar huis ging? Inderdaad, ik dus. En nou nog een vent.(eerder verschenen in AD 29 mei 2012)

Die jeugd van tegenwoordig

Het is spitsuur in de Amsterdamse metro. Ik weet ternauwernood een plekje te bemachtigen tussen twee heren op leeftijd, die met duidelijke tegenzin hun tas op schoot nemen. Ik ben op weg naar een afspraak en check op mijn mobiel nog even het adres.
Mijnheer 1 werpt mij een afkeurende blik toe, mijnheer 2 zucht diep. “Snap ik toch helemaal niks van, die jeugd van tegenwoordig en hun apparaten. Lijkt wel of ze ermee zijn vergroeid”. Zijn vriend bromt instemmend. “Asociaal vind ik het. Geen gesprek meer mee te voeren. Zitten helemaal in hun eigen wereld.” Ik kijk om me heen, op zoek naar die jeugd van tegenwoordig. Ineens realiseer ik me dat ze het over mij hebben, met mijn vijfendertig jaar op de teller toch niet bepaald jeugd meer.
De mannen brommen nog even door over die asociale jongeren, om vervolgens over te schakelen op het thema weer. (“Die lentes van tegenwoordig zijn ook niet meer wat ze geweest zijn.”)
Ondertussen krijg ik een bericht op mijn mobiel. Een vriend uit Noord-Italië laat weten dat hij en zijn gezin gelukkig niet zijn getroffen door de aardbeving.
De oude mannen werpen mij een boze blik toe, blijkbaar geïrriteerd door het bescheiden bliepje van mijn telefoon. “Weet u, ik heb naar u zitten luisteren. U heeft helemaal gelijk. Ik zit inderdaad in mijn eigen wereld. Een wereld die veel groter is geworden dankzij mobiel internet. Misschien moet u het ook eens proberen.” De heren schudden hun hoofd. Nee, niks voor hun dat nieuwerwetse spul. Zij zijn van de analoge generatie. “Bliep” fluistert mijn telefoon weer. Nog een bericht. Mijn tante van 68 mailt dat ze de foto van mijn moeder en oma die ik even daarvoor op Facebook had gezet heel mooi vindt. En ze is niet de enige. Al meer dan 55 vrienden uit de hele wereld hebben die foto inmiddels “geliked”. Asociaal he? (eerder verschenen in AD 22 mei 2012)

Met mijn mond vol tanden

Tunesië, een jaar of zeven geleden. Ik was op weg naar huis na mijn Arabische les en liep over de markt, waar men duidelijk nog niet gewend was aan zo’n blonde buitenlander als ik. Elke paar stappen die ik zette was er wel weer iemand die me nariep. “Hey blondie, kom ‘es hier!” Het was benauwd op straat, en mijn humeur werd er niet beter op.
“Madame?” Ik werd op mijn schouder getikt. Dat was de druppel. Konden ze me dan echt geen seconde met rust laten? Schreeuwend draaide ik me om. “Is het verdorie nou eens afgelopen met dat gesodemieter?” Achter me stond een oud krom mannetje, met mijn broche in zijn uitgestrekte hand. “Is-is-is deze van u?” stamelde het mannetje beduusd. “Ik zag hem vallen.” Met het schaamrood op de kaken bedankte ik hem in mijn beste Arabisch en maakte me uit de voeten, nagestaard door een handjevol hoofdschuddende marktlui. Vreemd volk, die buitenlanders, hoorde ik ze denken. En gelijk hadden ze.
Zul je net zien. Viel ik, met mijn grote mond over vooroordelen, toch even door de mand. Nooit meer te snel klaar staan met je oordeel, sprak ik mijzelf streng toe.
Fast forward naar Amsterdam, een avondje uit met een vriendin. We waren lekker aan het dansen, tot een vervelende dronken man ons plezier kwam bederven. Na hem drie keer tevergeefs te hebben gevraagd ons met rust te laten, begon ik mijn geduld te verliezen. Een andere man, die het geheel van een afstandje gadesloeg, wenkte me. Zijn gouden tanden lachten me toe. Gaan we weer, dacht ik. Maar net als toen op die markt in Tunesië, moest ik mijn beeld bijstellen. “Wat vervelend moet dat zijn voor jullie, dat gedoe met die kerels de hele tijd. Daar schaam je je toch voor, als man? Mijn steun heb je hoor.” Stond ik weer mooi met mijn mond vol tanden. (eerder verschenen in AD 15 mei 2012)

Tulpen uit Amsterdam

Hij had geen betere week kunnen uitkiezen, mijn gast uit Griekenland. Voor het eerst in Amsterdam viel hij met zijn neus in de boter: Koninginnedag, kampioensfeest, Bevrijdingsdag. Met oranje geverfde wangen en een geleende fiets stortte hij zich vol overgave in het feestgedruis.
En ik genoot mee. Door zijn ogen zag mijn stad er ineens heel anders uit. Wat waren de mensen eigenlijk vriendelijk. En wat was Amsterdam eigenlijk mooi! Ik ontdekte pleintjes waar ik dagelijks voorbij fiets zonder die mooie boom op te merken. Ik vond standbeelden die me nog nooit eerder waren opgevallen, winkelstraatjes waar ik nog nooit was geweest. En de Griek? Die zat vol met vragen. Dus in een coffeeshop drinken mensen geen koffie? Kun je zwemmen in de grachten? Waarom noemen ze Ajax Joden? Wat betekenen die drie kruisjes eigenlijk? Waarom zoenen jullie elkaar drie keer? En waarom doen mensen ‘s avonds hun gordijnen niet dicht?
Urenlang stond hij in de rij voor het Achterhuis. Maar het was het hem waard, fan als hij is van Anne Frank, die hij een paar dagen later plechtig herdacht tijdens de Dodenherdenking. Dat sommige automobilisten niet stilhielden om acht uur, daar snapte hij niets van.
Vol verbazing zag hij, zelf van de herenliefde, zoenende mannen in de Reguliersdwars. Zomaar op straat! Met open mond staarde hij naar de caissières met een hoofddoek bij de Albert Heijn. Wat zijn jullie vrij! En dan dat openbaar vervoer, dat gewoon op tijd rijdt. Geen demonstraties, geen stakingen. Maar het allermooist, dat vond hij de bloemen die hij overal fotografeerde.
Reizen is je eigen wereld met nieuwe ogen zien, hoorde ik laatst iemand zeggen. Maar daarvoor hoef je niet naar verre oorden. Met een gast kun je vol verwondering reizen in je eigen stad.
Op de laatste dag kocht mijn Griekse gast op de Bloemenmarkt zijn felbegeerde tulpenbollen, voor op zijn balkon in Athene. Want wat zijn mond daar niet zeggen kan, zeggen tulpen uit Amsterdam. (eerder verschenen in AD 8 mei 2012)

Majesteit, blijft U nog even?

Lieve Majesteit,

U kunt het zich vast niet meer herinneren, maar een jaar of twaalf geleden mocht ik U ontmoeten. U bereidde zich voor op een staatsbezoek aan Rusland, en ik was samen met een aantal andere Oost-Europadeskundigen uitgenodigd op uw paleis. Ik dacht eerst nog dat het een grap was, toen ik de uitnodiging bij de post vond. Een brief van de koningin? Dat zou toch niet waar zijn.
Zenuwachtig dat ik was die dag! Uren heb ik voor de spiegel gestaan, twijfelend of mijn rok niet te kort was, mijn hakken niet te hoog. De bewaking wilde me nog bijna wegsturen, toen ik mijn fiets op slot zette tegen de dranghekken. Eenmaal binnen begonnen mijn knieën te knikken. Want wat moest ik zeggen, als ik eenmaal voor U stond? Gewoon goedemiddag Majesteit? Moest ik buigen, of een hand geven? Dat soort dingen leert een mens niet op school.
Ik weet niet eens meer wat ik uiteindelijk tegen U heb gezegd, maar ik weet wel dat U een onvergetelijke indruk maakte. Zo aardig, zo oprecht, zo betrokken.
En dat was even slikken, want ik moet eerlijk bekennen dat ik wel eens mijn twijfels had over de toekomst van onze monarchie. Niets persoonlijks, maar meer een principe-kwestie was dat. Ons staatshoofd moest gekozen worden, vond ik. Een onschendbare vorst, dat was toch niet meer van deze tijd? En al dat geld dat het kost, zo’n koningshuis.
Maar ik heb mijn mening moeten bijstellen. U bent mijn belastinggeld meer dan waard, als constante factor in onze vaderlandse politiek. Kabinetten komen en gaan, maar elke keer bent U er weer, daar op het bordes, stralend als altijd. En of ze nou zeuren over Uw hoofddoek of over het nieuwe huis van Uw oudste zoon, U blijft lachen. Kijk, dat noem ik nou een powervrouw. Majesteit, ik gun U natuurlijk een mooi pensioen, waar U hopelijk na alle persoonlijke en politieke turbulentie in alle rust van kunt genieten. Maar alstublieft, blijft U nog even? (eerder verschenen in AD 1 mei 2012)

Het braafste jongetje van de klas

Weet u nog? Hard aanpakken moesten we ze, die landen die hun budget niet op orde hadden. De Grieken? Stelletje uitvreters waren het. De Portugezen? Streng bestraffen. De Ieren? Die moesten het maar uitzoeken. Want regels zijn regels, niet waar? Wat hadden we een lol om die Belgen, met hun Guiness-Book-of-Records-formatie van 541 dagen. Vijfhonderd een-en-veertig! Om je te bescheuren, toch? En de Italianen, ook al zo grappig. Eerst de val van bunga-bunga-Berlusconi, toen een staatsschuld waar qua hoogte alleen de Grieken nog tegenop konden. We lachten ons een kriek, veilig vanachter de dijken.
Nee, dan Den Haag. Na Kok II, Balkenende I, II, III en IV kreeg ook Rutte het voor mekaar om de eindstreep niet te halen. Zes kabinetten in nauwelijks tien jaar tijd. Best knap toch? Dat doen er ons niet veel na. Zelfs de Belgen niet.
Wat zullen ze nu een lol hebben met z’n allen, daar in het Zuiden, nu het water ons ook in de polder ineens aan de lippen blijkt te staan. Het braafste jongetje van de klas blijkt ineens zelf de toets niet te halen. Ik hoor de Grieken al gniffelen.
En zo heel goed stonden we er toch al niet op, in het buitenland. Er was het meldpunt MOE-landers. Het gezeur over de hoofddoek van de koningin. Het gedoe rond het bezoek van de Turkse president. Nee, echt lekker liep het niet, de marketingmachine van BV Nederland. Was ik vroeger nog trots om te roepen “I’m from Holland”, tegenwoordig klink ik een stuk minder overtuigd. Ja, ik schaam mij. Niet dat dat Henk en Ingrid iets kan schelen natuurlijk. Die zitten nog steeds veilig verschanst achter de dijken, en doen net of er niets aan de hand is. Met een vinger in het gaatje, dat dan weer wel. Want die prachtige polder, die zou maar zo eens onder kunnen lopen. En wie ons dan nog komt redden? (eerder verschenen in AD 24 april 2012)

Hoera, het is een meisje!

Zou het zijn omdat het lente is? Misschien ligt het aan mij, maar het lijkt wel of er ineens overal baby’s worden verwacht of geboren. Vroeger moest je dan braaf wachten tot het geboortekaartje op de mat viel om te weten of je een roze of blauw rompertje moest kopen. Maar tegenwoordig is het geslacht vaak na de eerste echo al geen geheim meer. Sterker nog, de foto’s van de echo worden trots getoond, getweet of op Facebook geplaatst door papa en mama in spe. “Kijk, zie je dat dingetje daar? Het is een jongen!” Fijn natuurlijk voor de aanstaande ouders, kunnen ze meteen aan de slag met namenlijstjes. Minder fijn is het voor sommige meisjesbaby’s.
Heeft u hem al gezien, het indringende spotje van Plan Nederland? “Ik hoop dat ik geen meisje ben”, fluistert een foetus vanuit de baarmoeder. Inderdaad kun je in sommige landen beter geen meisje zijn. Je kansen om te overleven zijn dan namelijk ineens een stuk kleiner. Geloof het of niet, maar elke minuut wordt een meisjesbaby geaborteerd in India, ook al is het officieel verboden een zwangerschap te beëindigen vanwege het geslacht. Vorige week nog meldde deze krant de afgrijselijke dood van baby Neha uit Bangalore, die door haar vader zo zwaar werd mishandeld dat ze uiteindelijk aan haar verwondingen bezweek. Reden? Papa wilde liever een zoon. Maar ook in China, Vietnam, Pakistan, Bangladesh en Afghanistan kun je maar beter een jongetje zijn. Meer rendement, minder kosten. Geen bruidsschat, wel zo makkelijk. En dus worden er in die landen sinds de introductie van de echo steeds minder meisjes dan jongens geboren. Zo’n 90 miljoen minder, volgens sommige schattingen.
Ik moest meteen denken aan dat heftige spotje toen ik een oude vriendin tegen het zwangere lijf liep. “We zijn zo blij!” riep de aanstaande moeder enthousiast toen ik haar complimenteerde met haar bolle buik. “Het is een meisje!” (eerder verschenen in AD 17 april 2012)

Wie zegt dat vrouwen veeleisend zijn?

Arme mannen. Waren ze net gewend aan hun nieuwe metroseksuele mannelijkheid, met papadagen, modebladen en mannencremes. Mochten eindelijk openlijk toegeven aan hun passie voor breien, koken of knutselen. En dan blijkt nu ineens dat vrouwen toch een bier-drinkende vlees-etende macho willen. Volgens een grootschalig onderzoek van een Brits modemerk zoeken vrouwen naar een stoere vent die banden kan verwisselen, een grote auto heeft en meer verdient dan zij. Mister Right heeft donker haar, draagt een jeans met v-hals trui, en is minstens 1 meter 83 lang. Mannen die minder verdienen dan 58.000 Euro per jaar, niet hebben gestudeerd of niet in het bezit zijn van een rijbewijs mogen doorlopen. Op een ongeschoren geitenwollensokken-type zitten vrouwen volgens het onderzoek ook niet te wachten: vegetariërs en filosofen scoren niet hoog op het lijstje, net als mannen met teveel lichaamshaar. Maar liefst 43% van de ondervraagden wil liever samen lachen dan een diep gesprek. Gezellig samen shoppen of op de bank naar een soap kijken? Nee hoor, de Engelse vrouw ziet haar droomman liever in de pub voetbal kijken met zijn vrienden en winkelen, dat doet een derde van de ondervraagden liever alleen. Gelukkig heeft de ideale man ook een zachte kant: hij belt minstens twee keer per week met zijn moeder en pinkt een traantje weg bij een ontroerende film.
Herkennen wij onszelf hierin? Nee toch zeker! Een snelle steekproef onder mijn single vriendinnen leert echter dat ook hier de lijstjes er niet om liegen. Een kleine greep uit het eisenpakket: hij moet betrouwbaar zijn, ambitieus, zorgzaam, kunnen klussen, koken en schoonmaken, hij moet van kinderen houden, grappig zijn, geduldig en belezen, en behalve over voetbal, het weer en politiek ook over zijn gevoelens kunnen praten. Maar met stip op één in het eisenlijstje: hij moet langer zijn dan wij, “want we moeten wel onze hakken aan kunnen zonder op hem neer te kijken”. Wie zegt dat vrouwen veeleisend zijn? (Eerder verschenen in AD 10 april 2012)

Wil de echte feminist opstaan?

Vorige week gaf ik een lezing in het prachtige Middelburg. Het Zeeuws Vrouwenplatform organiseerde er een symposium over vrouwen en financiële zelfstandigheid. Na afloop kwam een dame uit het publiek naar me toe. Of ze me wat mocht vragen. Natuurlijk mocht dat. “Ben jij een echte feminist?”
Tja, wat is een echte feminist? Volgens het woordenboek iemand die streeft naar gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Maar bij veel mensen roept het woord feminist eerder associaties op van mannenhatende manwijven met baardoksels en broekpakken.
Mannen haat ik allerminst. Ik draag liever hakken dan broekpakken. Maar die gelijke rechten, die mogen er wat mij betreft komen, liever gisteren dan vandaag.
We zijn wereldwijd met 6 miljoen meer. We produceren meer dan de helft van al het voedsel. We doen twee-derde van al het werk. We doorstaan maandelijkse bloedingen. Bevallen van kinderen. We leven langer en lachen meer. En toch noemen ze ons nog steeds “het zwakke geslacht”.
Al toen ik heel klein was verbaasde ik me erover dat ik als meisje anders werd behandeld dan jongens. Ik mocht niet meevoetballen met de jongens op het pleintje, want ik was een meisje. Misschien werd daar de kiem voor mijn feminisme wel gelegd.
Inmiddels ben ik dat pleintje ontgroeid, maar nog steeds voel ik mij als vrouw soms buitenspel staan. Zo kan ik mij erover verbazen dat vrouwen in Nederland zo’n 19 procent minder verdienen dan mannen. Dat we ondervertegenwoordigd zijn in bedrijfsleven en politiek. Ben ik daarmee een echte feminist?
Volgens de Britse auteur Caitlin Moran is het allemaal niet zo ingewikkeld. In haar boek “Vrouw zijn, hoe doe je dat?” beschrijft ze de volgende feministentest. “Steek je hand in je onderbroek. A. Heb je een vagina? en B. Wil je daar iets over te zeggen hebben? Als je beide vragen met ‘ja’ hebt beantwoord, mag ik je feliciteren! Je bent een feminist.” (eerder verschenen in AD 3 april 2012)

Niet alleen de vogels fluiten weer

Is het niet heerlijk dat het weer lente is? De bloesems knallen bijna uit hun knoppen, mensen zijn vrolijk, de vogels fluiten. En trouwens niet alleen de vogels. Bij de eerste tekenen van een naderende rokjesdag worden ook de mannen weer wakker uit hun winterslaap, alsof ze maandenlang smachtend hebben zitten wachten op de eerste blote damesbenen. Je hoeft overigens geen rokje aan om hun aandacht te trekken. Ook in spijkerbroek gaat dat prima.
“Tss. Tssssss. Schatje poppetje prinsesje, wanna be my baby?” Ik schatte hem een jaartje of 55. Behoorlijk buikje, biertje in de ene hand, sjekkie in de andere. Een hangoudere, die met zijn maten vanaf een bankje de boel nauwlettend in de gaten hield. Ik liep voorbij en dacht: wat denk je zelf? Dat ik me lachend omdraai, m’n nummer geef, en zeg: “Hey baby, bel me?” Ik dacht het niet. “Tsssss! Kom nou schatje!” klonk het nog een keer, dit maal iets luider. Ik zuchtte, schudde mijn hoofd en liep verder. Het was veel te mooi weer voor een discussie.
Weet u wat zo grappig is? Een boel van die fluiters en sissers denken dat ze een dame daadwerkelijk een dienst bewijzen met hun oerkreten. Dat het een compliment is om aandacht van ze te krijgen. Sterker nog, bij het uitblijven van een reactie kan de dame in kwestie soms zelfs rekenen op commentaar, zo weet ik uit ervaring. “Kapsones? Denk maar niet dat je mooi bent hoor!”
Begrijp me niet verkeerd, niks mis met een complimentje van het andere geslacht. Graag zelfs! Maar lieve heren, kom dan alstublieft wel met iets dat hout snijdt. Wees creatief, bedenk iets nieuws, maak ‘t persoonlijk. Kek kapseltje, leuke column, mooie auto, sexy schoenen, lekker luchtje voor mijn part: het mag allemaal. Maar dat ge-tssss, bewaar dat maar voor de kat van de buren. (eerder verschenen in AD 27 maart 2012)

Ik ben toch niet gek?!

Al jaren werd ik er om uitgelachen. “Wat een bakbeest, zeker uit het jaar nul? Kan zo naar het museum!” Maar altijd verdedigde ik mijn ouwe trouwe beeldbuis. Goed, hij was misschien wat groot, had misschien een buikje, maar hij deed het nog prima, die televisie. Tot de afstandsbediening het begaf. Op zich geen probleem, niks mis met een beetje extra lichaamsbeweging. Maar na dat ongemak volgden andere mankementen. Bij de grote voorjaarsschoonmaak schoof ik de televisie aan de kant en vond een grote zwarte vlek op de muur, precies waar de televisie stond. Stond hij inderdaad op ontploffen? En toen was ik eindelijk om. Het was tijd voor een nieuwe.
Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want waar moet je beginnen in die jungle van Hertz en HD? Wil ik LED of LCD? Hoeveel inch moet hij zijn? Wil ik 3D, Smart TV of Blu Ray? Het zegt me allemaal niks.
Feminist of niet, gelukkig kun je als hulpeloze dame op dit soort momenten altijd de hulp inschakelen van de Technische Man, die je graag met raad en daad terzijde staat. Op naar de winkel, met mijn redder in nood aan mijn zij. Al na vijf minuten begon het mij te duizelen. “Die!” adviseerde de redder. Doe mij deze maar, hoorde ik mijzelf zeggen.
Het kostte wat moeite, maar even later stond het antieke bakbeest bij het grof vuil (de Technische Man was gelukkig ook een Sterke Man), en zat ik in mijn eentje voor mijn nieuwe flatscreen tussen een berg snoeren en kabels, de gebruiksaanwijzing bij de hand. “Kom op Kirsten. Je bent toch niet gek?” probeerde ik mijzelf moed in te praten. Maar hoe ik ook mijn best deed, er kwam geen beeld. Ik geef het niet graag toe, maar apparaten installeren is niet mijn sterke kant.
Wat ik wel kan? Een televisiemeubel in elkaar zetten, met mijn roze schroevendraaier. Dat dan weer wel. (eerder verschenen in AD 20 maart 2012)

Single in New York City

Carrie Sex-in-the-City Bradshaw zei het al: “A good man is hard to find.” Dat geldt zeker in New York, waar voor elke 100 vrouwen slechts 86 mannen rondlopen. Van die mannen valt ook nog eens een bovengemiddeld aantal niet op vrouwen, waardoor de statistiek nog slechter uitpakt voor de Carrie Bradshaws onder ons. In de hippe wijk Chelsea is maar liefst 78% van alle twintigers vrouw. In totaal zijn er in New York ruim 200.000 meer single vrouwen dan single mannen. Een partner vinden is zoeken naar een speld in een hooiberg. Niet verrassend dus dat bijna de helft van alle vrouwen in New York nog nooit getrouwd is geweest. En, zo bleek maar weer eens uit een rondgang langs mijn vriendinnen, dat is voor de meesten toch nog steeds hun ultieme ambitie.
Om al die wanhopige singles te helpen zijn er allerlei oplossingen op de markt. Natuurlijk kun je je heil zoeken bij dating sites of persoonlijke matchmakers. Tegenwoordig zijn er ook handige digitale apps, die je vertellen of er in de buurt geschikte singles rondlopen. Inclusief foto, dus je weet meteen wat voor vlees je in de kuip hebt. Of toch niet? Een vriendin vertelde me hoe ze een ogenschijnlijk leuke jongen ontmoette, die haar na een paar geslaagde dates meenam naar het vakantiehuis van zijn ouders. Ze werd voorgesteld, het klikte, en in haar hoofd had ze haar trouwjurk al besteld. Wreed werd haar droom verstoord toen ze erachter kwam dat ze niet de enige was die hij trakteerde op een familiebezoek. Maar liefst drie dames kregen dezelfde uitnodiging. En de ouders? Die speelden het spelletje gezellig mee. De eerste vraag die dames daarom stellen aan hun potentiële partner is: “are we exclusive?”.
Exclusief of niet, voor mannen is New York een paradijs. Vorig jaar nog werd de stad verkozen tot Most Male Friendly City. Dus single heren: u weet waar u wezen moet. (eerder verschenen in AD 13 maart 2012)

Baas in eigen buik

Limousines en bedelende daklozen, fastfood en health freaks, orthodoxe Joden en extravagante travestieten: ik blijf me verbazen over de tegenstellingen hier in New York. Soms waan je je in een ontwikkelingsland, even later loop je in een science fiction film. Over tegenstellingen gesproken: ik ben hier voor een vergadering van de VN Vrouwencommissie. Maar terwijl er bij de Verenigde Naties druk onderhandeld wordt over vrouwenrechten en de voorbereidingen voor Internationale Vrouwendag in volle gang zijn, woedt er hier in Amerika een felle discussie over anti-conceptie. Je zou denken dat die discussie allang tot het verleden behoort. Baas in eigen buik, dat zijn we toch al sinds de jaren ’70? Toch staat het thema hoog op de agenda van de conservatieve presidentskandidaten, die vandaag in tien staten de strijd aangaan op deze Super Tuesday. Met open mond en gekromde tenen luister ik naar de debatten en interviews. De streng gelovige Santorum noemt geboortebeperking immoreel, onnatuurlijk en een gevaar voor het land. Anti-conceptie zou niet verzekerd moeten worden, dat vindt ook de ultraconservatieve radiopresentator Rush Limbaugh. Vrouwen die de pil gebruiken noemde hij sexverslaafde sletten. ‘Waarom zouden wij meebetalen om jullie hobby mogelijk te maken?’ vroeg hij zich hardop af in een van zijn shows. ‘Zet dan op z’n minst de webcam aan, zodat ik kan meegenieten.’ Op z’n zachtst gezegd opmerkelijk, in een land waar het woord vagina niet mag worden uitgesproken op televisie en zelfs een glimp van een tepel al kan leiden tot een heus ‘nipplegate’ schandaal.
Wat vind jij hier nou van? vroeg een Amerikaanse vriendin met wie ik naar Limbaugh zat te luisteren. Wat ik ervan vind? Heel simpel. Mensen zonder vagina zouden er wat mij betreft beter aan doen hun mond te houden over zaken die hen niet aangaan. En zolang die mannenpil op zich laat wachten, is anti-conceptie toch echt een kwestie van baas in eigen buik. Toch dames?
(eerder verschenen in AD 6 maart 2012)

Verlamd door veranderangst

We hebben het water overwonnen. Brazilië in de pan gehakt. Zijn heer en meester op het ijs. Wat hebben wij nou te vrezen? Niks, zou je zeggen. Toch regeert de angst in Nederland. Want wat zijn we bang met z’n allen. Voor een islamitische geleerde die komt spreken op een universiteit, voor MOE-landers die onze banen inpikken. De baardhaters zijn bang voor de boerka’s, de boeren voor de buren.
Hebben we straks nog wel pensioen? En wat gebeurt er met de Euro? Wat als onze dochter thuiskomt met een Turk? Kunnen we volgend jaar de hypotheek nog wel betalen en zo nee, aan wie verkopen we in vredesnaam dat huis?
Hoe sneller de wereld om ons heen verandert, hoe dieper we achter de dijken lijken te duiken. Verlamd door veranderangst verlangen we terug naar tijden van spruitjes en Mies Bouwman op de buis. Toen onze buurman nog ome Joop heette en je je fiets niet op slot hoefde te zetten. Want vroeger was alles beter, toch?
Angst verkoopt, dat snappen ze ook in Den Haag. Niet voor niets scoort ‘s lands grootste angstprediker deze week weer vier zetels meer in de peilingen, dankzij zijn misselijkmakende meldpunt. En niet voor niets houdt onze premier daarover zijn mond. Die was te druk bezig zijn kabinet te redden, bang als hij is voor zijn gedoogpartner.
Bang, dat waren ze ook bij de PvdA. Gedoe binnen de fractie? Nee hoor, we zitten helemaal op een lijn. Aan die illusie maakte Cohen gelukkig zelf een einde. De man die door fatsoenlijke politiek de boel bij elkaar wilde houden, houdt wijselijk de eer aan zichzelf. Eindelijk de angst voorbij. Daar kan menig polderpoliticus nog wat van leren.
En nu? Nu zijn wij weer aan zet. Want waar ze pas echt bang voor zijn daar in Den Haag, dat zijn wij, de kiezers.
“Maar waar ben jij eigenlijk bang voor?” vroeg laatst iemand. Daar moest ik even over nadenken. Nu weet ik het. Ik ben bang voor de angst.
(eerder verschenen in AD 21 februari 2012)

Single in the city 2

De Liefde, je ontkomt er niet aan deze dagen. Je doet de televisie aan en het is romantiek wat de klok slaat. Op Net 5 is het Love and Marriage maand, met mierzoete trouwfilms vol bezeten bruiden die met aan waanzin grenzende passie de dag van hun dromen voorbereiden. Zap je verder, dan tref je liefdesdokter Robert ten Brink die in zijn Valentijnsspecial grenzeloos geliefden weer samenbrengt. En ondertussen stroomt mijn mailbox vol. Nee, niet met liefdesverklaringen (was het maar waar!), maar met aanbiedingen als “Verras je vriend met Valentijn” of “Boek nu een romantisch weekend voor twee in Parijs”.
Mocht het u zijn ontgaan, Valentijnsdag is big business. Zo verwacht de detailhandel 65 miljoen Euro extra omzet en denkt de bloemenveiling deze week dubbel zoveel rozen te verkopen. Zijn wij nuchtere Hollanders eindelijk ten prooi gevallen aan het Valentijnsvirus? Het begint op erop te lijken.
Maar wat als je geen Valentijn hebt om te verrassen? Wat doe je dan? Een groep single vriendinnen, die net als ik dit jaar geen kaart verwachten, organiseren een singles dinner, waar getoast wordt op De Liefde en ondertussen druk wordt gespeculeerd over mogelijk vrijgezellige kandidaten om volgend jaar mee naar Parijs te gaan.
En ik? Ik haal mijn schouders op over zoveel gedoe. Want hoezeer de commercie ook haar best doet mij van het tegendeel te overtuigen, is Valentijnsdag per slot van rekening ook maar gewoon een datum. Ben bovendien wel even klaar met romantiek. Mijn laatste date was niet bepaald een succes – na drie uur gezellig kletsen bleek de heer in kwestie “bijna single”. Da’s net zoiets als een junk die “bijna clean” is of ijs dat “bijna dik genoeg” is om op te schaatsen. Wat heb je er aan? Helemaal niks. Dus wat ik doe met Valentijn? Ik hef mijn glas op alle singles. Happy Valentine!
(eerder verschenen in AD 14 februari 2012)

Wie betaalt de prijs van schoonheid?

Het scheelde 4 centimeter, of Rosalinde had als mooiste meisje van de Benelux 75.000 Euro in de wacht gesleept. Maar ze was “te dik”: haar heupomvang kwam ondanks een Spartaans regime niet onder de 94 centimeter. Met maatje 38 ben je inmiddels al een “plus-size model”, zo las ik tot mijn verbazing in het AD van zaterdag. En dus kon Rosalinde haar schoonheidsprijs op haar iets te ronde buikje schrijven.
Elk jaar laait ‘ie weer even op, de discussie over graatmagere modellen. Een enkele ontwerper laat een paar vollere vrouwen hun creaties showen op de catwalk. Hier en daar zie je een reportage met een maatje meer. En dan? Dan gaat ‘s werelds grootste dromenfabriek, de mode-industrie, gewoon weer over tot de orde van de dag.
En wij vrouwen? Wij betalen de prijs. Driekwart van de Nederlandse vrouwen is ontevreden over haar lichaam. En dus smeren, sporten en shoppen we dat het een lieve lust is. Als geld geen rol zou spelen, zou tweederde van alle vrouwen plastische chirurgie ondergaan. Wie mooi wil zijn moet pijn lijden, toch?
Zo heb ik ooit Parijs doorkruist op bloedende voeten. Die nieuwe schoenen, die ik wel even zou uitlopen, bleken toch iets te krap. Ook zat ik wel eens met blaren op mijn hoofd in een kappersstoel, omdat de verf er te lang op zat. En wat dacht u van de pijn en moeite die gepaard gaan met het ontkroezen van afrohaar? Maar liefst 9 miljard dollar gaat er jaarlijks om in de Amerikaanse black hair business.
Maar ook hier mag schoonheid wat kosten. Een gemiddelde vrouw verslindt in haar leven zo’n 7 pond lippenstift. We geven een dikke 700 euro per jaar uit aan kleding. En dan heb ik het nog niet eens over het kapitaal dat we spenderen aan de kapper, crèmes en nagellak. Als we al dat geld nou eens uitgaven aan therapie, dan zaten we vast een stuk lekkerder in ons vel. (eerder verschenen in AD 7 februari 2012)

Single in the city

Zou Mark Rutte daar nou ook last van hebben, het op-elk-potje-past-een-dekseltje-syndroom? Goedbedoeld, ongetwijfeld, maar eerlijk gezegd heb ik mijn buik ervan vol. Vooral oude bekenden hebben er een handje van. Mensen die ik al een tijdje niet heb gezien, die mij na “Hee hallo, hoe gaat het met jou?”meteen vragen naar de liefde en vervolgens verbaasd reageren als blijkt dat ik “nog steeds” single ben. Meestal valt het dan even stil. De Oude Bekende schudt het hoofd in ongeloof. “Hoe kan dat nou, zo’n leuke vrouw als jij?”, krijg ik dan te horen. “Jij ontmoet toch massa’s leuke mannen?” Steevast gevolgd door: “Maak je maar geen zorgen hoor, je vindt ‘m nog wel. Op elk potje past een dekseltje!”
Wat is dat toch, dat succes en geluk anno 2012 nog steeds bepaald lijken te worden door je burgerlijke staat? Alsof ik in mijn eentje niet helemaal meetel. Of nog erger, alsof je als single in the city toch een beetje sneu bent.
Toegegeven, ik zou het best fijn vinden, een man aan mijn zij. Hij is welkom hoor, die man die de vuilnis buitenzet, de afwas doet en af en toe een arm om me heen slaat en zegt “Het komt wel goed schatje.” Maar om nou te zeggen dat ik wanhopig op zoek ben? Nou nee. Zolang die man zich nog niet heeft aangediend, vermaak ik me prima in mijn eentje. Single zijn heeft namelijk ook zo zijn voordelen. Niemand die het erg vindt als ik toch nog even blijf hangen bij die borrel. Niemand die zich ergert aan mijn roze Hello Kitty sloffen. Onverwacht last minute met een vriendin naar Egypte? Geen probleem. En als ik mij wil overgeven aan een overdosis misdaadseries op zaterdagavond, dan doe ik dat. Gewoon, omdat ‘t kan.
Mark, zeg nou zelf, maakt dat ons ongelukkig? Ik dacht het niet. (eerder verschenen in AD 31 januari 2012)

Tijd voor een ouderwets adresboekje

Het had niet veel gescheeld of deze column had hier niet gestaan. De reden? Ik bevind mij tijdelijk in totale digitale duisternis. En dat is even wennen, anno 2012. Het begon allemaal met een smsje. ”Totaal bedrag overboekingen naar buitenlandse rekening: 12.000 Euro”. De afzender: mijn bank. Nou had ik helemaal geen 12.000 Euro overgeboekt, en al helemaal niet naar een buitenlandse rekening. Wat doe je dan? Bank bellen. Volgens de dame van de helpdesk was dit het werk van hackers, die zich met een zogenaamd Trojaans paard hadden verschanst in mijn computer. Konden ze niks aan doen daar bij de bank, virusbescherming was immers mijn eigen verantwoordelijkheid. Maar ik ben toch al jaren geabonneerd op zo’n dure virusscanner? Helaas. Daar was dat Trojaanse paard dus keihard doorheen gegaloppeerd. Rekening geblokkeerd, nieuwe inlogcodes aangevraagd en met laptop en al naar de Eerste Hulp. “Dat ziet er niet best uit”, was de diagnose. Volgens de computerdokter was mijn harde schijf niet meer te repareren.
Gelukkig heb ik zo’n handige smartphone, waar ik mee kan mailen, bellen, pingen en chatten, dus helemaal van de buitenwereld afgesloten was ik niet. Maar of het nou wel zo smart was om mijn hele ziel en zaligheid toe te vertrouwen aan die telefoon, dat vraag ik mij inmiddels ernstig af. Want of de duvel ermee speelde, besloot gisteravond ook mijn Galaxy de geest te geven. En daar zat ik dan. Zonder computer, zonder telefoon. Zonder telefoonnummers ook, want die stonden allemaal in mijn telefoongeheugen. De back-up? Die stond op mijn computer. Mijn agenda? In mijn telefoon. Verjaardagen, adressen, maar ook foto’s, ideeën voor columns, dat sms-je van die leuke jongen, allemaal weg. Paniek! Vanaf mijn vaste toestel, het enige communicatiemiddel dat mij nog restte, belde ik mijn moeder. Haar nummer ken ik gelukkig nog uit mijn hoofd. “Wat vervelend schat. Misschien toch tijd voor een ouderwets adresboekje?” (eerder verschenen in AD 25 januari 2012)

Het sprookje van duizend-en-één dildo

Heeft u ‘t ook gelezen op AD.nl? Na nep-wimpers, nep-borsten en nep-billen zijn er nu ook nep-vagina’s op de markt. Veel gekker moet ‘t niet worden. Volgens het bedrijf RealTouch, dat de cyberspeeltjes onlangs presenteerde onder de naam Teledildonics, is het de oplossing voor lange-afstands-relaties. Hoe het werkt? Heel simpel. De teledildo is gekoppeld aan een televagina, die door een internetverbinding met elkaar communiceren en daardoor gaan zwellen, warm worden en bewegen. En, geloof het of niet, met het meegeleverde flesje vloeistof wordt zelfs de vochtigheidsgraad natuurgetrouw nagebootst. “Een fantastische ervaring, ik kan niet meer zonder”, laat een gelukkige gebruiker weten op een forum.
Teledildonics, het klinkt als een aanbieding van Tel Sell. “En alleen als u vandaag bestelt, krijgt u een Teledildonics reis-set in handig meeneem-etui helemaal gratis. Bel nu!”
Het is te hopen voor RealTouch dat de oorlog in Afghanistan nog even voortduurt. Het bedrijf ziet namelijk wel brood in de mannen van de ISAF missie, die ver van huis en haard aan zichzelf (en Penthouse of Playboy) zijn overgeleverd. Ze willen de apparaten dan ook zo snel mogelijk verspreiden onder duizend eenzame Amerikaanse army wives. Maar of het sprookje van duizend-en-één dildo voor hen ook werkelijkheid wordt, dat valt nog te bezien. De meeste mannen lijken namelijk helemaal niet geïnteresseerd in cyberromantiek met het thuisfront, maar zeggen het apparaat vooral te willen gebruiken voor betaalde webcamsex met professionele cyberstoeipoezen. Een kijkje op de site van RealTouch leert dat de keuze nagenoeg onbeperkt is. Zo kan G.I Joe kiezen voor de rondborstige Jada Fire, de lieftallige Lexi Belle of de ondeugende Alexis Texas, die op afstand te bestellen zijn en vervolgens via dezelfde technologie garant staan voor onvergetelijke telesex. Maar of die army wives daar nou op zitten te wachten? (eerder verschenen in AD 17 januari 2012)

Ik zeg: doen!

Ik zal een jaar of elf geweest zijn. Mijn vader en ik zaten aan de keukentafel en hadden een Ernstig Gesprek. Nee, niet over ooievaars, bijtjes en bloemetjes, maar over de rolverdeling tussen man en vrouw. Belachelijk vond ik het, dat vrouwen in reclames altijd maar in de keuken bezig waren of de strijd aanbonden tegen vieze vlekken. En dat terwijl mannen in mooie auto’s reden, in doktersjas hondenbrokken aanprezen of de door hun vrouw gebakken appeltaart te lijf gingen. “Waarom bakken die mannen nooit een appeltaart?” vroeg ik mijn vader. “En waarom rijden vrouwen nooit in die mooie auto’s?” Hij schudde zijn hoofd. “Zo is het nou eenmaal meisje. Je zult wel zien later, als je groot bent.”
Inmiddels ben ik groot en lijkt er inderdaad bar weinig veranderd, als je de televisiereclames bekijkt. Nog steeds wassen (“Ook op lage temperaturen”), troosten (“Komt wel goed schatje”) en koken (“Aan taaaafel”) vrouwen dat het een lieve lust is. En de mannen? Die rijden nog steeds auto, dragen doktersjassen of werken op het land. En als ze zich al om de kinderen bekommeren dan raken ze in de knoop met luiers of weten ze zich geen raad met huilende baby’s.
Rolpatronen in reclames, ik kan me er nog steeds net zo over verbazen als toen ik elf was. En ik ben niet de enige. Onlangs werd in Amerika onderzoek gedaan naar vrouwen en reclame. Wat bleek? Maar liefst 91% van de vrouwen voelt zich niet begrepen door reclamemakers. Ze zeggen zich niet te herkennen in de meeste reclames. Gemiste kans, als je het mij vraagt. Zo’n 85% van alle aankoopbeslissingen wordt vandaag de dag immers door vrouwen genomen, van wasmiddelen tot auto’s. Nespresso heeft dat goed begrepen. Die laat George Clooney de koffie verkopen. Nou de rest nog. Humberto Tan die de was doet, Nick en Simon in de keuken? Ik zeg: doen! (eerder verschenen in AD 10 januari 2012)

Alleen met Oud en Nieuw zielig? Welnee, zalig!

“Zijn jullie ook van het forum?” Ineens stond ze voor ons. Vriendelijk gezicht, onopvallend gekleed, een jaar of 24. Ze keek ons vragend aan. “Het forum?” vroegen mijn vriendin en ik in koor. “Ja, van de Viva”, antwoordde het meisje alsof het heel raar was dat we haar niet meteen begrepen. Nog steeds snapte ik niet wat ze bedoelde. “Wij zouden toch hier afspreken, op het Rembrandtplein? Om zo naar de film te gaan?” Mijn vriendin en ik waren inderdaad op weg naar de film, maar van een forum of Viva waren wij niet op de hoogte. Enigszins teleurgesteld droop het meisje af, ons vol verbazing achterlatend. Forum? Viva? Hier wilde ik meer van weten.
Wat bleek? Elke maand plaatste het meisje een bericht op het online forum van vrouwenblad Viva. Om samen naar de film te gaan, spelletjes te spelen of gewoon gezellig een drankje te drinken in de stad. Een soort blind date dus, maar dan alleen met meiden. “Als single met een drukke baan is het best eenzaam soms, en zo ontmoet je nog eens iemand.”
Even later zitten mijn vriendin en ik in de bioscoop en gaat het in de film over singles die wanhopig op zoek zijn naar een date voor Oud en Nieuw. De boodschap is duidelijk: je telt pas mee als je een stel bent. Je zou er bijna eenzaam van worden.
Maar is het wel zo erg om alleen te zijn met de feestdagen? Ja, zeggen driekwart van de ondervraagde singles in een recent onderzoek van Singlessite.nl. Nee, zeg ik als ervaringsdeskundige. Ook ik ben zo’n single die het nieuwe jaar zonder zoen inluidde. Die tijdens de feestdagen in haar huispak op de bank naar romantische komedies zat te kijken. Zielig? Nee, zalig! Ik wens alle lezers, met of zonder partner, een liefdevol 2012! (eerder verschenen in AD 3 januari 2012)

Wie de schoen past..

Ze hadden duidelijk de kerstboodschap van onze Majesteit niet gehoord, daar in Amerika. De politie moest er dit weekend aan te pas komen om hordes vechtende mensen uit elkaar te houden. Pepperspray werd ingezet, verschillende onruststokers werden gearresteerd. Voedselrellen? Demonstraties? Nee, de lancering van de nieuwste Nike Air Jordan.
“De aarde heeft wel genoeg voor ieders behoefte maar niet voor ieders begeerte” citeerde Beatrix Mahatma Gandhi. Ik moest meteen denken aan Rupsje Nooitgenoeg, mijn favoriete kinderboek. Het rupsje heeft een onverzadigbare honger en vreet zich vol aan ijsjes, salami en lollies.
Ook ik ben soms een Rupsje Nooitgenoeg, al zijn het bij mij geen snacks maar tassen en schoenen waar ik van ga watertanden. Het resultaat? Hutkoffers vol tassen in elk denkbaar formaat. Negenendertig paar laarzen, hakken, ballerina’s en gympen (slippers en sandalen niet meegerekend). Net als Patsy uit Absolutely Fabulous investeer ik in accessoires. “Shoes are my hedgefund, darling.” Heb ik die echt nodig? Nee natuurlijk. Pure begeerte.
Zeggen wat je hoopt en doen wat je kan, adviseerde Beatrix. Met het oog op de inmiddels ook bij ons aangebroken recessie luidt mijn goede voornemen voor 2012 dan ook: consumeren naar behoefte.
Ik besluit mijn Atheense vriendin Katarina te bellen voor advies. Als er iemand weet hoe je moet consuminderen, dan is zij het wel. “Zuinigheid? We doen ons best. Ik volg een cursus medicijnen maken. We verbouwen onze eigen groente. Uitgaan doen we niet meer, we spreken af bij vrienden thuis. We praten de hele tijd over geld. Het is een obsessie.” Maar Katarina’s Afrikaanse buurman lacht om de Griekse paniek. “Noemen jullie dit een crisis, als je geen twee maar één paar Nikes kan kopen?”
Over schoenen gesproken: hoeveel paar zou de koningin hebben staan? En heeft ze al die hoeden wel echt nodig? Ze heeft al gezegd wat ze hoopt. Nou nog doen wat ze kan. (eerder verschenen in AD 27 december 2011)

Groeten uit Hurghada

Egypte, precies een jaar geleden. Ik lig aan een zwembad in Hurghada en bespreek de Tunesische revolutie, die toen nog een opstand heette, met towel boy Nabiel. Veel had hij er niet van meegekregen, daar had Mubarak wel voor gezorgd. Ik vertel hem over Mohamed Bouazizi, die zichzelf in brand stak uit protest tegen het corrupte regime van Ben Ali. Over de straten van Tunis, die steeds voller stroomden met massa’s boze burgers die er net als Mohamed genoeg van hadden een pion te zijn in een uitzichtloos schaakspel. Over de studenten, die zich op Facebook openlijk uitspraken tegen de president. Nabiel luistert ernaar met een mengeling van ongeloof en bewondering. Dat schaakspel, dat kende hij maar al te goed. Ook hij was zo’n pion, geslagen door een corrupte koning. Een ding weet hij zeker: in zijn land zou het zover niet komen. Uitgesloten.
Een jaar later ben ik terug in Hurghada, waar de zon nog steeds schijnt, de Russen al om 10 uur aan de wodka zitten en het animatieteam onvermoeibaar gasten ronselt voor de bingo. Op het eerste gezicht lijkt alles nog net als toen. Maar inmiddels heeft de Arabische lente ook hier huisgehouden. Over politiek hoef je niet langer te fluisteren, mensen vertellen trots dat ze op het plein waren toen Mubarak viel.
Of Egypte erop vooruit is gegaan? Dat hangt ervan af aan wie je het vraagt. De obers, schoonmakers en towel boys zeggen volmondig ja. Power to the people!
De managers en directeurs zien het toch anders. Ook zij stonden op het Tahrirplein, ook zij vierden de val van het regime. Maar nu de Moslimbroeders de verkiezingen lijken te winnen en de hotels nog steeds niet zo vol zitten als vroeger, vragen zij zich af of ze er wel wat mee zijn opgeschoten.
Hoe Nabiel erover denkt? Ik zal het hem vanmiddag vragen. (eerder verschenen in AD 20 december 2011)

Komt goed hoor meisje!

Daar sta je dan, met je oldtimer. Midden op de snelweg, ‘s avonds laat, zonder benzine. Uitgerekend op een wegvak zonder vluchtstrook besloot mijn lieve oude Volvo dat ‘ie er mee ophield. Volgens de benzinemeter had ik het nog makkelijk moeten redden naar de volgende pomp, maar ja. Op is op.
Terwijl boze automobilisten mij trakteerden op een middelvinger (alsof ik daar voor mijn lol was gaan staan!) en vrachtwagenchauffeurs mij al toeterend rakelings passeerden, vluchtte ik de vangrail over en belde in paniek de politie. De gevarendriehoek durfde ik niet eens uit de auto te halen, zo bang was ik voor het voorbijrazend verkeer. Spinnen vangen, de VN toespreken of een ruzie sussen, ik doe het zonder aarzelen. Maar zo in mijn eentje in het donker langs de A10, voelde ik me ineens erg klein en hulpeloos.
Gelukkig was de redding nabij. Binnen vijf minuten arriveerden een motoragent, een truck van Rijkswaterstaat, een politieauto en een sleepwagen, met zwaailichten en al. Voor ik van de ergste schrik was bekomen, was het wegvak al afgezet en bogen de mannen zich vol bewondering over mijn auto. “Zo, da’s een oudje. Wat is het probleem?” Met het schaamrood op mijn kaken meldde ik dat de benzine op was. “Komt goed hoor, meisje! Maak je geen zorgen.”
Nog geen half uur later stond ik met auto en al bij een benzinepomp, waar ik door de alleraardigste sleepwagenchauffeur was afgezet. “Was je een man geweest, dan had ik je bij de eerste de beste afrit achtergelaten. Maar een dame alleen, in het donker, die laten we toch niet zomaar aan haar lot over?”
Daar stond ik dan, met mijn principes. Allemaal goed en wel, die gelijke behandeling, maar een beetje positieve discriminatie op zijn tijd is toch best prettig.
(eerder verschenen in AD 13 december 2011)

Uw buurvrouw, uw moeder, u of ik?

U kent ze wel, het perfecte stel. Een goeie baan, actief in de buurt, leuke kinderen, een mooi huis. Jasper en Friederieke van A. waren zo’n gezin, dat rechtstreeks uit een wasmiddelreclame leek te zijn gewandeld. Zij fitness-docente en trouwambtenaar, hij directeur van een voetbalstadion. “Lief, vriendelijk en succesvol,” zo omschreven vrienden van het echtpaar hem. De ideale man. En toch belde diezelfde Jasper van A. vorige week de politie met het bericht dat hij zijn vrouw had gedood. Uitgerekend in de Week tegen Geweld werd Friederieke van A. door haar man zo ernstig mishandeld, dat ze enkele uren erna stierf. Hun drie dochters waren thuis toen het gebeurde.
Uw buurvrouw, uw moeder, u of ik: een op de vier vrouwen krijgt ooit te maken met geweld.
Toch heerst er nog steeds een taboe op het bespreken van mishandeling achter de voordeur. Mede daardoor stapt maar een op de vijf slachtoffers naar de politie.
Ook ik was ooit zo’n slachtoffer dat uit schaamte haar mond hield. “Mijn hoofd gestoten tegen het keukenkastje”, verklaarde ik mijn blauwe oog. Verzon zelfs smoezen om het goed te praten. Hij bedoelde het niet zo, het kwam door de drank, hij heeft het moeilijk op zijn werk, hij verandert wel.
De buren, die keken de andere kant op. Ze moeten onze ruzies hebben gehoord, mij hebben zien lopen met mijn zonnebril. Maar ook wij waren zo’n leuk stel. En bovendien, waarom zou je je bemoeien met andermans zaken? Wat zich afspeelt binnenskamers, dat is toch prive?
Toen niemand open deed toen ik hulp nodig had, heb ik mezelf plechtig beloofd nooit mijn kop in het zand te steken als ik ooit getuige zou zijn van huiselijk geweld. Want laten we eerlijk zijn:
het kan ons allemaal overkomen, zelfs dat perfecte stel.
(eerder verschenen in AD 6 december 2011)

Ik shop, dus ik besta.

We hebben er weer een welvaartsziekte bij: winterstress. Volgens zorgverzekeraar Agis ziet maar liefst vier van de tien Nederlanders op tegen de donkere dagen voor kerst, zo stond gisteren te lezen in deze krant. Een deel van de ondervraagden zegt zelfs te lijden onder de feestdagen. Het valt ook niet mee allemaal. Sint, Kerst, Oud en Nieuw, we zijn er maar druk mee. Wat moeten we aan? Wat moeten we geven? Wat willen we hebben? En wat doen we met moeder met Kerst?
Winterstress, dat hebben ze ook in Amerika, waar kerst al begint na Halloween. De pompoenen zijn nog niet verdwenen of de kerstversiering komt uit de kast. Winkeliers varen er wel bij. En hoe!
52,4 miljard dollar, ofwel zeven keer het Bruto Nationaal Product van Zimbabwe. Dat recordbedrag gaven kooplustige Amerikanen het afgelopen weekend uit tijdens de drie doldwaze dagen die volgen op Thanksgiving. Nog nagenietend van de kalkoen gezellig met het gezin een dagje uit? Vergeet het maar! Winkelen op Black Friday is oorlog. Duwen, trekken, vloeken, tieren: winterstress ten top. In een warenhuis in Los Angeles ging een vrouw mede-koopjesjagers zelfs met pepperspray te lijf om de sprint naar de videospelletjes te winnen, zo meldde de Los Angeles Times. Onder haar slachtoffers waren ook kinderen.
De gemiddelde shopper gaf dit jaar een kleine 400 dollar uit aan kleding, elektronica en andere luxe. En dat terwijl zo’n 50 miljoen Amerikanen onder of rond de armoedegrens leven, en nog eens 50 miljoen daar gevaarlijk dicht bij in de buurt komen. Crisis? Welke crisis?
Misschien is het juist die economische onzekerheid die de Amerikanen massaal naar hun portemonnee doet grijpen. Bus gemist, bank failliet of ruzie met je baas: geen beter medicijn tegen een slechte dag dan een troostaankoop. Ik shop, dus ik besta! Hoezo crisis? (eerder verschenen in AD 29 november 2011)

Wie zoet is krijgt lekkers..

Ik dacht dat we in een land leefden waar iedereen vrijelijk zijn mening mocht verkondigen, zelfs als die mening niet iedereen welgevallig is. Een land waar je mag roepen dat moskeeën haatpaleizen zijn, dat het koningshuis teveel geld kost of dat Johan Cruijff met pensioen moet.
De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (artikel 19), de Nederlandse grondwet (artikel 7) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 10) zijn glashelder: eenieder heeft het recht op een mening en de vrijheid die mening te delen, zonder inmenging van enig openbaar gezag. Afgelopen zaterdag bleek echter dat die vrijheid grenzen kent.
Hardhandig werd een einde gemaakt aan een stil en geweldloos protest van Quinsy Gario en Kno’ledge Cesare, omdat ze met hun t-shirts met de tekst “Zwarte Piet is racisme” de openbare orde in Dordrecht zouden verstoren. Zoals te zien op schokkende beelden op internet, werd Gario door maar liefst drie agenten tegen de grond gewerkt om vervolgens in een busje te worden afgevoerd en ruim zes uur te worden vastgehouden voor verhoor.
Is dit de beroemde Nederlandse tolerantie? In de polder was toch ruimte voor verschillende meningen? Gingen we hier niet met elkaar in gesprek, op zoek naar compromissen en consensus?
Het was al lastig uit te leggen in het buitenland: dat oer-Hollandse kinderfeest met een oude Turkse bisschop en zijn donker geschminkte knechten met afropruiken, die per boot uit Spanje arriveren om vervolgens met Surinaams accent te vertellen dat ze zwart zijn door het roet van de schoorsteen. De beelden van de arrestatie van Gario maken het er niet makkelijker op.
Felle reacties op internet: “Die zeurpieten moeten hun mond houden. Handen af van Zwarte Piet.” Ook dat is vrijheid van meningsuiting. Maar blijkbaar geldt die in Nederland niet voor iedereen. Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe.
(eerder verschenen in AD 15 november 2011)

Doe maar gek, de rest is al gewoon genoeg

“Mooi hoor, die column over het hokjesdenken, maar kun je ook een keer ten strijde trekken tegen de doe-maar-gewoon-cultuur?” vroeg een lezer vorige week.
Tuurlijk kan ik dat, en graag zelfs. Afgelopen vrijdag liet The Voice of Holland weer een sterk staaltje zien. Deelnemer Christopher Max, oorspronkelijk uit Amerika, gaf een wervelende show. Met zijn zonnebril, strak t-shirt met doodshoofd en leren broek zag hij eruit als een echte rockster. Tijdens een interview vooraf vertelde hij trots dat hij met beroemde artiesten op tournee was geweest. Slash, Simon le Bon, you name it. Meteen betrok het gezicht van coach Van Velzen. Daar hoef je niet zo mee te koop te lopen, luidde zijn advies. Dat kan je stemmen gaan kosten! Ook op het podium bleek de Amerikaan te ver boven het maaiveld uit te steken. Dansen, springen, schreeuwen: Max deed zijn naam eer aan. De jury wond er na afloop geen doekjes om: hier houden we in Holland niet zo van. Het is too much. “Christopher Max slaat door” kopte de Telegraaf de volgende dag.
Welkom in Nederland Christopher! Het land waar je vooral niet teveel op moet vallen, het niet te bont moet maken. Gewoon is hier al gek genoeg. Hoge bomen vangen veel wind, dus bereid je maar vast voor, want het kan aardig stormen in de polder.
Ik herinner me nog dat ik ooit op school een docent had, die uit principe geen tienen gaf. Foutloos tentamen? Prima, een acht.
Misschien komt het doordat we zo’n klein landje zijn, dat er binnen de dijken weinig ruimte is om boven de rest uit te steken. Net als krabben in een mand, die elkaar naar beneden trekken als er één op weg is naar boven.
Mijn advies: blijf gewoon jezelf Christopher, en doe maar lekker gek. De rest is al gewoon genoeg.
(eerder verschenen in AD 8 november 2011)

Dappere strijd tegen de hokjesgeest

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: ik val op mannen. Wat dat er toe doet? Helemaal niets natuurlijk. Maar het valt me op dat sinds ik mijn haar heb afgeknipt, veel mensen er ineens vanuit gaan dat ik op vrouwen val. Feminist, single, én een kort koppie? Duidelijk! De groenteboer wist het zeker: mijn vriendin met wie hij me wel eens boodschappen zag doen was mijn partner. “Leuk stel zijn jullie!” Alhoewel, ook binnen het hokje “lesbisch” schijn ik niet helemaal aan de criteria te voldoen. “Nee man, ze is geen pot, ze draagt make-up!” fluisterde laatst een jongen in het voorbijgaan tegen zijn vriend. En met die make-up pas ik weer niet in het hokje “feminist”, zoals iemand mij bij de VN fijntjes liet weten. Nagellak en lippenstift? Vrouwonvriendelijk. Het is maar dat u het weet.
Kasha Nabagesera uit Oeganda heeft wel andere dingen aan haar hoofd. Ik ontmoette haar dit weekend bij de Afrikadag van de Evert Vermeer Stichting, waar we samen werden geinterviewed. Kasha valt wel op vrouwen. En waar zij woont, doet dat er heel veel toe. Op homoseksualiteit staat in Oeganda levenslang, en als het aan de conservatieven ligt zelfs de doodstraf. Binnenkort vergadert het parlement over een wetswijziging. Daar wilde de Oegandese krant Rolling Stone niet op wachten. Die publiceerde vorig jaar alvast een lijst met namen, foto’s en adressen van honderd homo’s en lesbo’s. “Ophangen!”, zo luidde de kop.
Kasha’s naam stond erbij, net als die van homo-activist David Kato, die in januari in zijn huis werd vermoord. Maar Kasha laat zich niet de mond snoeren. Met gevaar voor eigen leven gaat ze dapper door met haar strijd tegen de hokjesgeest. Is het niet voor haarzelf, dan voor de volgende generaties. “Ik ben een dochter, een zus, een geliefde. Maar vooral een mens.”
(eerder verschenen in AD 1 november 2011)

Home sweet home

Het leukste aan reizen? Thuiskomen. Met een frisse blik ziet Nederland er uit als nooit tevoren. Gewone dingen als een bruine boterham met kaas of een televisieprogramma zonder elke twee minuten reclame zijn ineens niet meer zo gewoon. Geen daklozen op elke straathoek die in prullenbakken op zoek zijn naar een hapje eten. Geen hysterische verkoopsters die je begroeten met plastic glimlach en you look amaaaaaaazing today! Geen wolkenkrabbers, loeiende sirenes en overvolle metro’s waar je nauwelijks adem kan halen.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben dol op New York., die stad die nooit slaapt, waar je midden in de nacht boodschappen kan doen, waar de portiers je naam kennen en altijd iets te beleven valt.
Maar toch gaat er niets boven thuis.
Amerikanen zien dat overigens net zo. Vlak voor mijn vertrek sprak ik met een aantal vrienden over hun land en het mijne. Tot mijn verbazing was Europa in hun ogen maar een zielig zooitje ongeregeld. Die Eurocrisis, dat was onze eigen schuld, zo luidde hun ongezouten mening. Aan de Amerikaanse grondwet kon die van ons niet tippen. En dat koningshuis, dat was toch echt niet meer van deze tijd. Nee, there is no way like the American way, aldus mijn vrienden.
Ik deed nog een vergeefse poging hen te overtuigen door te zeggen dat diezelfde American way er ook voor zorgt dat twee-derde van de Amerikanen kampt met overgewicht. Dat onze crisis begon op Wall Street. Dat de inkomensverschillen tussen arm en rijk bijna nergens ter wereld groter zijn dan in de Verenigde Staten en de staatsschuld dagelijks met duizelingwekkend tempo groeit, terwijl de rijken fiscaal nog steeds worden gespaard. En dan de doodstraf, die in 37 van de 50 Verenigde Staten nog steeds geldt, dat is pas ouderwets. Maar het mocht niet baten. Het gras is blijkbaar niet altijd groener aan de overkant. Zeker niet in Amerika.
(eerder verschenen in AD 25 oktober 2011)

Is dit de Amerikaanse droom?

Al dagen gaan er geruchten dat burgemeester Bloomberg het protest op Wall Street wil verbieden. De openbare orde zou ernstig worden verstoord. Daarvan merk ik niks als ik een kijkje kom nemen. De demonstranten die al weken kamperen op Liberty Square vormen een kleurrijk gezelschap. Gezinnen met kinderen, studenten, keurige bejaarden. Er lopen dokters, punkers, mensen verkleed als het Vrijheidsbeeld en gehuld in de Amerikaanse vlag. Een oudere Aziatische man draagt een bord met de tekst: wij zijn de 99%. Hij heeft vijf uur in de bus gezeten om zijn solidariteit te betuigen. ‘Het kapitalisme is dood, er is maar een oplossing. Het systeem moet veranderen.’ Een vijftiger in een overhemd met stropdas mengt zich in het gesprek. ‘Ik heb jarenlang op Wall Street gewerkt. Ziek werd ik ervan. Allemaal hebzucht. Daarom ben ik hier, omdat het zo niet verder kan.’
De financiele sector lijkt zich intussen niet veel aan te trekken van de protesten. Dezelfde banken die door belastinggeld van de ondergang werden gered, keren nog steeds bonussen uit waar veel van de demonstranten jaren voor moeten werken. Belastingvrij.
Virginia en Annie zijn pas afgestudeerd als jurist en beide werkeloos. ‘We hebben geen rechten gestudeerd om te helpen een onrechtvaardig systeem in stand te houden.’ John uit Colorado slaapt al een week in een slaapzak op het plein. Geen pretje, maar hij heeft ergere dingen meegemaakt als soldaat in Irak. ‘Ik voel me misbruikt. Het ging maar om een ding: olie. En nu moet ik rondkomen van een uitkering. Is dit de Amerikaanse droom?’
Rapper Talib Kweli is er ook. ‘Er staan hier mensen zonder huis en mensen met meerdere huizen. Het gaat om wat we delen, waarover we het eens zijn. Dit is de stem van het volk.’
Een groepje agenten houdt het van een afstandje in de gaten.Wat zij ervan vinden? Ze halen hun schouders op. ‘Ze doen maar, die hippies.’
(eerder verschenen in AD 18 oktober 2011)

De groeten Uncle Sam

‘Geert wie? Wilders?’ Nee, daar had hij nog nooit van gehoord. ‘Dus die gast is tegen de Islam?’ Samir, die tien jaar gelden Marrakesh verruilde voor New York, kan het bijna niet geloven. ‘Ik dacht dat Nederland zo gastvrij was.’ Samir werkt als ober in een chique restaurant in Manhattan. Op zijn naambordje staat Sam. ‘Hier is iedereen Amerikaan’, legt hij uit. Waar je vandaan komt is niet belangrijk. Als je je werk maar doet.’ Hij kijkt even of zijn manager niet in de buurt is. Dan fluistert hij op vertrouwelijke toon verder. ‘Als je te laat komt of een keer naar de dokter moet, dan heb je een probleem. Deze stad heet niet voor niks ‘the city that never sleeps’..’ Samir slaakt een diepe zucht. Soms verlangt hij terug naar zijn land, waar het leven een stuk langzamer gaat. Toch heeft hij geen spijt. ‘Er is daar geen droog brood te verdienen. Met wat ik hier verdien kan mijn familie tenminste normaal leven.’ Bijna zijn hele salaris stuurt hij maandelijks naar Marokko, zodat zijn broers en zussen hun school kunnen afmaken. Hij vraagt wat ik hier doe. Ik vertel dat ik de Algemene Vergadering van de VN ga toespreken. ‘De Verenigde Naties, dat is toch waar alle landen overleggen over vrede en zo? Zeg maar tegen ze dat Marokko ook een revolutie nodig heeft. De koning heeft veel te veel macht en het systeem in door en door corrupt.’ Als ik vertel dat ook in Marokko jongeren al maandenlang de straat op gaan om te demonstreren schudt Samir zijn hoofd. ‘Dat zien we hier niet op tv. Hier hebben ze het alleen over Obama, Oprah en Kim Kardashian.’ Even later loopt Samir mee naar de deur om me uit te zwaaien. ‘Beslama! En doe die Geert maar de groeten van Uncle Sam.’
Eerder verschenen in AD 11 oktober 2011

.

We willen wel, maar ze moeten ons ook kunnen vinden

Woensdagmiddag gaat mijn telefoon. “Hallo, met de redactie van Pauw en Witteman. We willen je graag uitnodigen voor de uitzending van vanavond.”
Een paar uur en tig outfits later zit ik in de studio, aan tafel met Jeroen, Paul en vier mannelijke gasten. “Hoe is dat nou, om als enige vrouw in dit mannengezelschap te zitten?” vraagt een vrouw uit het publiek. “Een eer”, antwoord ik. “En eng.”
Een jaar of wat geleden zat ik zelf in het publiek. Na afloop stelde ik Jeroen de vraag waarom er toch zo weinig vrouwen in het programma zaten. (Ter illustratie: in februari 2010 zaten bij Pauw en Witteman 45 mannen aan tafel, tegenover slechts 14 vrouwen, zo bleek uit een steekproef van Marga Miltenburg).“We willen wel, maar we kunnen ze niet vinden”, luidde Jeroen’s antwoord. En als ze wel gevonden worden, zeggen ze vaak nee. Hoe komt dat toch? Waarom moeten vrouwen worden overgehaald om ja te zeggen, en staan mannen in de rij? Eerlijk is eerlijk, toen ik werd uitgenodigd om te komen vertellen over mijn werk als VN Vrouwenvertegenwoordiger schoot ik ook even in de stress. Maar ik zei toch ja, tot verrassing van de redactrice. “Meestal moeten we vrouwen echt overtuigen”.
Toegegeven, je krijgt het voor je kiezen, zo bleek meteen na de uitzending. Talloze tweets over mijn kapsel, make-up en andere uiterlijkheden (maar geen woord over de kapsels van mijn mannelijke tafelgenoten). “En nu terug de keuken in”, twittert iemand.
Gelukkig ook leuke reacties, zomaar op straat. “Dat was jij toch, van die Shevolution? Goed stand gehouden tussen de mannen”. Of ik de volgende keer weer ja zou zeggen, vroeg een vriendin. Ja dus. En dat zouden meer vrouwen moeten doen. Want we zijn er wel, maar ze moeten ons ook kunnen vinden.(eerder verschenen in AD 4 oktober 2011)

Reis rond de wereld in 140 tekens

Wereldnieuws een ver-van-mijn-bed-show? Niet op Twitter. Tijdens een lunch met een vriendin of thuis op de bank bij Ajax-Twente komt klein en groot nieuws een stuk dichterbij dankzij dit supersnelle sociale netwerk. Roddels, revoluties en rampen, rechtstreeks op mijn telefoon.
Zo houdt Lee uit New York mij live op de hoogte van de bezetting van Wall Street, waar sinds vorige week een groep actievoerders hun tenten heeft opgeslagen uit protest tegen de macht van het bedrijfsleven. Ze hebben een punt. Eén procent van de bevolking verdient er een kwart van al het geld. En dat met een belastingstelsel waar menig poldermiljonair jaloers op zou zijn. Zaterdag kwam het tot een botsing met de politie. “Wees realistisch, eis het onmogelijke!” citeert iemand Che.
Het onmogelijke eisen, dat doen ze ook in Griekenland. Al maanden zelfs. Zondag ook daar berichten over botsingen tussen demonstranten en politie. “We zijn niet uit op rellen,” twittert een vriendin uit Athene. “We zijn gewoon wanhopig.”
Ook in Londen gaan mensen de straat op dit weekend. Ik lees berichten over een massale demonstratie van twaalfduizend moslims, die protesteren tegen terrorisme. “Islam staat voor vrede, niet voor geweld” aldus een van hen.
Uit Syrië komen intussen verontrustende tweets over nog meer doden en gewonden bij protesten tegen Assad. Gruwelijke beelden van zwaar verminkte demonstranten worden via Twitter de wereld ingestuurd. “NAVO, help ons!”
Terwijl Syrië om hulp schreeuwt, voltrekt zich in Saudie-Arabië een revolutie van andere aard. “De gelukkigste dag van mijn leven!” twittert Heba. Saudische vrouwen, die eerder dit jaar het nieuws haalden door het rijverbod aan hun laars te lappen, hebben een overwinning behaald: ze mogen eindelijk stemmen en zich kandidaat stellen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2015. Ze mogen alleen niet naar de stembus rijden. Want een vrouw achter het stuur, dat gaat de koning nog net iets te ver.
(eerder verschenen in AD 27 september 2011)

Huisvrouwen in de Tweede Kamer

“Wist je dat vaders vroeger voor hun dochters gingen trouwen hun tanden lieten trekken en ze een kunstgebit gaven? Dat bespaarde hun aanstaande man extra kosten.” Vol ongeloof staar ik naar mijn reisgenote, in de trein ergens tussen Utrecht en Eindhoven. Vierentachtig is ze, maar nog vol vuur en vol verhalen. “Toen ik ging trouwen vroeg de ambtenaar van de burgerlijke stand alleen naar het beroep van mijn man. Bij mijn beroep zette hij een kruisje, zonder te vragen wat voor werk ik deed.” Een andere reizigster mengt zich in ons gesprek. “Mijn man wilde liever niet dat ik bleef werken na ons trouwen. Hij vond dat ik thuis moest blijven, bij de kinderen. Uiteindelijk zijn we gescheiden.”
Tanden trekken we gelukkig niet meer, maar de positie van vrouwen laat nog steeds te wensen over. Als vrouwenvertegenwoordiger mag ik in oktober namens Nederland de Verenigde Naties toespreken. Maar wat vindt de Nederlandse vrouw nou eigenlijk belangrijk? Om daar achter te komen reis ik twee zaterdagen met de trein dwars door Nederland en ga ik in gesprek met mede-reizigsters.
Die hadden het over kinderopvang, papa-dagen, quota voor topvrouwen, tweede-kans-onderwijs en beeldvorming in de media. Maar veruit het meest genoemd werd economische zelfstandigheid. Elke vrouw moet haar eigen boontjes kunnen doppen en financieel op eigen benen staan. “Want wie zorgt er voor je als je gaat scheiden of je man komt te overlijden?” aldus een dame in Roermond. Niet iedereen is het daarmee eens. “Is het mooie van Nederland niet dat we zelf mogen kiezen of we gaan voor een carrière of liever thuis blijven?”. Over een ding waren mijn reisgenoten unaniem: we willen meer vrouwen op invloedrijke posities. “En dat hoeven heus niet allemaal professoren te zijn”, aldus Fatma die ik ontmoette op Den Haag Centraal. “Ik wil juist meer huisvrouwen in de Tweede Kamer. Die snappen het tenminste.”
(eerder verschenen in AD 20 september 2011)

Marsmannen versus Venusvrouwen

Volgens het CBS zijn momenteel ruim 2,5 miljoen Nederlanders alleenstaand. In mijn stad Amsterdam is maar liefst 40 procent van alle 25- tot 40-jarigen single, en daar ben ik er een van. “Hoe kan dat nou, jij nog single?” krijg ik wel eens te horen. Tja, als ik dat eens wist.
Wist u dat er op dit moment meer hoogopgeleide single vrouwen zijn dan hoogopgeleide single mannen? Vrouwen zijn mannen al een tijdje voorbijgestreefd waar het opleidingsniveau betreft, waardoor er jaarlijks meer vrouwen afstuderen dan mannen. Bovendien leven wij vrouwen langer. Prima, zou je denken. Niks aan de hand. Welke man wil nou geen hoogopgeleide vrouw? Mis! Wat mijn vriendinnen en ik al een tijdje vermoedden, werd afgelopen weekend weer eens bevestigd: veel mannen willen toch liever een vrouw die minder ambitieus is dan zijzelf. Geen carrièrevrouw met meer geld dan zij, maar liever een huiselijk type dat klaar zit met een kopje thee.
Zaterdagnacht was ik te gast bij het radioprogramma Lust, waarin Zarayda Groenhart met haar luisteraars in gesprek gaat over relaties, liefde en seks. Het was de grote Mannen Versus Vrouwen show, waarin de stelling “Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus”, centraal stond. Wat willen mannen nou eigenlijk waar het om relaties gaat? De luisteraars wonden er geen doekjes om. “Ik ben er heel eerlijk in. Ik heb mijn carrière, en mijn vriendin moet zich daaraan aanpassen”, aldus een beller. “Ik zit echt niet te wachten op een carrièrevrouw.”
Cijfers van online datingsites laten hetzelfde beeld zien: een ruime meerderheid van de ingeschreven mannen zoekt een gelijk of lager opgeleide vrouw, terwijl de meeste vrouwen juist liever daten met een gelijk of hoger opgeleide man.
Gelukkig is er goed nieuws voor mannen die het moeilijk hebben met een vrouw die meer verdient: Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld nog altijd zo’n 20 procent minder dan mannen.
(eerder verschenen in AD 13 september 2011)

Zemen, stoffen, zuigen, dweilen, schrobben

“Kind, je weet niet wat je meemaakt. Je kan weer naar buiten kijken als ze is geweest. Ramen en vloeren, daar is ze dol op.” Nou, dat kwam goed uit, want ramen zemen en vloeren dweilen staan niet bepaald hoog op mijn lijstje van favoriete bezigheden. Maar toch. Moest ik het nou wel doen, een werkster?
Ergens voelt het raar. Ik (hoogopgeleide carrièrevrouw) huur haar (laagopgeleide migrant) in voor mijn vuile werk. Ik heb niet eens kinderen, dus geen stapels wasgoed, vieze vaat of moddervoeten die weggepoetst moeten worden. En dat afstoffen, zuigen en dweilen van mijn kleine twee-kamer appartementje, dat kan ik toch eigenlijk best zelf? En toch kom ik er telkens niet aan toe om de ramen te zemen, mijn vloer te boenen of de badkamertegels te schrobben. Ik ben gewoon te druk.
Na de kwestie een week te hebben overpeinsd, besluit ik te bellen met de vrouw die ik via-via kreeg aanbevolen. “Ja hoor, ik kom graag kennismaken. Schikt morgenochtend?” En voor ik het ik wist had ik een werkster. Twee keer in de maand was volgens haar meer dan genoeg, “want met zo’n poppenhuisje ben je zo klaar.”
En nu, terwijl ik achter mijn computer zit te schrijven, is zij aan het werk. Ik hoor haar meubels verplaatsen, met emmers sjouwen. De frisse geur van schoonmaakmiddel komt me tegemoet. En stiekem denk ik: moet ik dit niet gewoon zelf doen? Tijdens een koffiepauze besluit ik haar deelgenoot te maken van mijn twijfel. Ze begint te lachen.
“Weet je, jij hebt jouw werk. En dit is mijn werk! Ik geniet ervan. Dweilen, schrobben, ik vind het heerlijk. Eigenlijk helpen we elkaar ons werk te doen. Ik kan geld verdienen dankzij jou, en jij kan geld verdienen dankzij mij. Dus ga maar weer gauw achter die computer, want jij moet je column schrijven.”
(eerder verschenen in AD 6 september 2011)

Knuffelen voor de wereldvrede

Jaren geleden had Oprah een uitzending over de random act of kindness, een willekeurige goede daad of onverwachte vriendendienst, kortom: iets aardigs te doen voor een vreemde.
Inmiddels lijkt de random act of kindness met een opmars bezig. Onlangs werd er massaal geknuffeld in Amsterdam, als onderdeel van de Free Hug campagne, ooit ontstaan in Australië als antwoord op de groeiende eenzaamheid en verharding in de samenleving. Het idee is simpel: schrijf “gratis knuffelen” op een bord, positioneer jezelf in een drukke winkelstraat en open je armen. Mijn moeder overkwam het vorig jaar in Utrecht. “Je raadt nooit wat mij net gebeurde: ik werd zomaar omhelsd door een aardige jongeman!”. Prachtig toch? Knuffelen met een vreemde voor de wereldvrede.
In Nieuw-Zeeland is 1 september zelfs National Random Act of Kindness Day. Iedereen wordt opgeroepen iets aardigs te doen voor de medemens. Op de officiële website alvast enkele suggesties: “Betaal het bioscoopkaartje van de mensen achter je in de rij. Laat een pizza bezorgen bij de receptie van een ziekenhuis. Breng een doos donuts langs bij een politiebureau. Maai het gras van je buren als ze op hun werk zijn. Bied aan om te helpen dragen als je iemand ziet met een zware tas boodschappen.”
Maar het kan ook groter. Afgelopen zondag vond in Amsterdam een benefiet-iftar plaats. Wat begon met een berichtje op Facebook groeide in rap tempo uit tot een groot evenement waarmee uiteindelijk maar liefst 25.000 euro werd opgehaald voor de hongersnood in Somalië. “Want dat is de Ramadan-gedachte, solidariteit met hen die honger hebben”, aldus één van de organisatoren.
Trouwens, over Ramadan gesproken, deze week vieren moslims Eid al Fitr, het suikerfeest. Ook een mooie aanleiding voor een random act of kindness lijkt me: koekjes bakken voor je islamitische buren of collega’s. Eén waarschuwing: aardigheid is besmettelijk. Dus weet waar u aan begint!
(eerder verschenen in AD 30 augustus 2011)

Wat zit er in de koffers van foute first ladies?

Terwijl de berichten over de slag om Tripoli elkaar in rap tempo opvolgen, vraag ik me af wat er nu door het hoofd gaat van Safia Khaddafi. Is ze nog in Libië of is ze, zoals Arabische media eerder berichtten, gevlucht met haar dochter? Wat zat er in haar koffer? En zou ze haar man hebben geprobeerd te overtuigen eieren voor zijn geld te kiezen? “Lieverd, de rebellen staan aan de poort. Het is zover.”
Safia, een voormalig verpleegkundige, is al 40 jaar getrouwd met een van de langst zittende dictators ter wereld. Haar vermogen wordt inmiddels geschat op een slordige 30 miljard dollar.
En dan die andere first lady, de Syrische Asma El Assad. Groeide op in Londen als dochter van een arts en een diplomate, ging naar de beste scholen en maakte carrière bij een bank. Tien jaar geleden trouwde ze Bashar El Assad, die zich in rap tempo ontpopte tot een meedogenloze tiran die zelfs tijdens de Ramadan tanks op zijn burgers afstuurt. Laatst stond er een uitgebreid interview met haar in de Amerikaanse Vogue. “Asma, de woestijnroos” werd ze genoemd. Versloeg in 2008 Carli Bruno als “Best Geklede First Lady” volgens de Franse Elle. Dol op Chanel en Louboutin. Haar imago: modern, geëmancipeerd en betrokken. Inmiddels gaan geruchten dat ook zij het land zou hebben verlaten.
Zouden ze contact hebben met elkaar, de vrouwen van de (ex-)dictators? Misschien hebben gevallen vrouwen van het eerste uur Leila Ben Ali en Suzanne Mubarak nog wel praktische tips. Hoe je ongezien weg kan komen met anderhalve ton goudstaven bijvoorbeeld. Welke Louis Vuitton koffer je het best kan meenemen op je vlucht. Wat te doen met je designer-schoenen. Welke bevriende first ladies je nog kan bellen als je iets nodig hebt. En natuurlijk: een goeie advocaat. Want die gaan ze hard nodig hebben, de foute first ladies.
(eerder verschenen in AD 23 augustus 2011)

5 Responses to “Columns”

  1. Bart Flos July 19, 2011 at 4:16 pm #

    Dat is anti-klagen all the way! Hulde!

    Als auteur van het Anti-klaagboek (“Eerste hulp bij zeuren en zaniken”) en ‘eigenaar’ van de hashtags:

    #antiklagen
    #antiklaagboek
    #antiklaaglied
    #antiklaagweek
    #antiklaagseminar
    #STEUNdeNS

    kan ik dit alleen maar volmondig beamen. Zegt het voort! Er wordt al genoeg geklaagd in ons land! :-D

    Met hartelijke anti-klaag-groeten,
    Bart Flos

  2. Lydia August 16, 2011 at 8:15 am #

    Jammer dat de SlutWalk in Amsterdam van afgelopen juni niet genoemd wordt. Verder kan ik me er alleen maar bij aansluiten.

    • kirstenvandenhul August 16, 2011 at 9:55 am #

      Thnx Lydia! SlutWalk Amsterdam had inderdaad niet mogen ontbreken in het lijstje..

  3. WE CAN Nederland August 16, 2011 at 1:56 pm #

    Mooie column weer!

    met een knipoog naar ‘asks for it’
    http://www.youtube.com/watch?v=AewZdSvJPPA, een britse campagne

    Groet Charlot

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Connecting to %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 1,210 other followers